InfoNu.nl > Mijn kijk op… > Eten en drinken > Restaurantbespreking: De Troubadour

Restaurantbespreking: De Troubadour

Vraag de gemiddelde restaurantkenner om tien flamboyante chef-koks op te noemen en je kunt er haast gif op nemen dat de rondbuikige John Verbeeck in het lijstje zal voorkomen. Sinds John na zijn lessen aan het COOVI het Berchemse mosselrestaurant van zijn ouders heeft overgenomen, is hij er in geslaagd De Troubadour om te toveren tot een moderne eetgelegenheid waar creatief gekookt wordt.
Mede dankzij zijn vele tv-optredens (zoals in Felicé’s Feestcomité) en het feit dat John er steeds opnieuw in slaagt een zesgangenmenu aan te bieden voor een bijzonder aantrekkelijke prijs, is De Troubadour een van de populairste kwaliteitsrestaurants van Antwerpen en omgeving geworden, vooral op zaterdagavond. Tijdens ons vorig bezoek kregen we John zelf jammer genoeg niet te spreken. Een betere reden om terug te keren konden we ons moeilijk inbeelden.

Interieur

De Troubadour werd al een poosje geleden in een nieuw jasje gestoken en ziet er tegenwoordig erg modern uit, met strakke lijnen en veel aardekleuren. Achter de grote glazen voordeur zorgen de gedempte lichten en de open keuken voor de nodige gezelligheid. Niet simpel, als je weet dat de eetzaal eigenlijk een grote rechthoek vormt, met enkel in het midden wat brede zuilen om toch een gedeelte te kunnen afscheiden. De tafels staan hier dicht bij elkaar en aangezien het restaurant vaak volzet is, mag je jezelf aan vrij veel achtergrondlawaai verwachten. Wie een romantisch etentje wil, doet er dan ook best aan zich ervan te verzekeren dat zijn of haar partner zich niet stoort aan wat geroezemoes. Dit is namelijk een restaurant dat leeft en het lijkt ons duidelijk dat uitbater John Verbeeck dat zo ook wil.

Ontvangst

Het restaurant mag dan wel gezellig aanvoelen, onze ontvangst gebeurt volgens de regels van de kunst. We worden hartelijk begroet, onze jassen worden aangenomen en we worden naar onze tafel geleid. Chef Verbeeck houdt ervan om zijn gasten persoonlijk te begroeten en het duurt dan ook niet lang voor hij ons in de gaten krijgt en met een brede glimlach en een uitgestoken hand op ons toe stapt. Dit is geen chef die vriendelijk is omdat hij dat moet zijn. Nee, onze chef is geen acteur, maar is en blijft vooral zijn sympathieke zelf en dat is maar goed zo. We voelen ons direct comfortabel en ook de eerste broodjes en olijfjes verschijnen haast onmiddellijk op onze tafel.


Menu

Je kunt hele essays schrijven over de joviale chef van De Troubadour, maar als het eten niet goed is, ben je er wel aan voor de moeite. Voor we onze eerste gang krijgen, vertelt John ons met zichtbaar genoegen wat er op het menu staat. Onmogelijk om niet te watertanden, want het lijkt wel alsof onze gastheer zich zelf dagenlang op zijn eigen creaties zou willen storten!

Voor we onze tanden in iets plaatsen, krijgen we een Lambrusco Dolce voorgeschoteld, een erg lekkere, zoete, maar betaalbare aperitiefwijn die we eigenlijk meer kunnen appreciëren dat een glaasje generische champagne. Ons eerste gerechtje wordt omschreven als een ‘konijn op Vlaamsche wijze… inside oud, het boutje gekonfijt in rilette, met een krokantje van pruimen en schuimige Rodenbach. Erg knap, hoe chef Verbeeck hier een absolute klassieker voorschotelt, maar er een compleet eigen interpretatie aan geeft. Ons konijn wordt opgediend in drie hoopjes van fijngemalen vlees, met op een van de hoopjes een dadelvormig bladerdeeggebakje. De textuur van het vlees is fantastisch, de smaak is onmiskenbaar die van konijn en de bereiding zorgt voor een verrassende eetervaring. De pruim zit perfect verwerkt in het gebakje, dat inderdaad erg krokant is en zo een extra dimensie toevoegt aan de rest van ons gerecht. Erg geslaagd!

Bij deze eerste gang krijgen we een pecorino uit 2003, een fris maar toch vol Italiaans wijntje dat net zoals John zegt wel wat kenmerken heeft van een sauvignon.

De tweede gang is een soepje van zoete maïs en curry, kokosroom en gefruite noedeltjes. Dit is een vrij dik, vol soepje, dat ook na het doorslikken een tijdje fluweelzacht op de tong blijft liggen. Ondanks enkele oosterse ingrediënten behoudt de soep een westerse toets, waardoor je het gevoel krijgt dat twee werelden elkaar ontmoeten.

Het lekkere soepje wordt gevolgd door een roulade van rog en pata negra met daarnaast een venkelflan en een beurre-blancsausje van granaatappel. Straf dat chef Verbeeck voor een dergelijk lage prijs inderdaad “jamón Ibérico” (zoals pata negra eigenlijk heet) kan gebruiken en niet bijvoorbeeld de minder lekkere serranoham. Bovendien is pata negra veel gezonder dan ander varkensvlees en blijkt hij perfect tussen de lichtjes knapperig gebakken rog (als vette vis ook een goede bron van omega-3-vetzuren) te passen. We zijn iets minder enthousiast over de venkelflan, die er (iets té) perfect gevormd uitziet, maar die een te geprononceerde kruidensmaak heeft. Gelukkig is de roulade ook erg lekker zonder het flannetje en past het fruitig sausje wel bij ons basisgerecht.

Als begeleidende wijn werd voor een marani sartori 2005 gekozen, een lekker boterachtig wijntje waarin we heel duidelijk aanwezige perzik, meloen en honing proeven. De wijn is goed afgestemd op het sausje en past goed bij het zuiderse karakter van ons gerecht. Tussendoor vragen we wie de wijnen uitkiest. Dat blijkt – in tegenstelling tot de meeste restaurants – een groepsbeslissing te zijn, waarbij zowel het keuken- als het zaalpersoneel wordt betrokken. Tijdens de uitleg horen we dat hier graag en met veel plezier gewerkt wordt, wat ook de sfeer in het restaurant onomstotelijk positief beïnvloedt.

Tussen de warme gangen door wordt ons een sorbetje van fruit en kruid geserveerd. Deze keer overheerst de kruidensmaak, die wel duidelijk aanwezig is, echter niet en kunnen we optimaal genieten van dit rustmomentje. Een sorbet is vrij gemakkelijk te maken als tussendoortje en zorgt er bovendien voor dat de smaak van de vorige gerechten een beetje wordt geneutraliseerd, waardoor we met een frisse mond aan de volgende gang kunnen beginnen.

Dat wordt een kalfscarré met gegrilde Franse sjalotten, ovengeroosterde patatjes en een toastje met ganzenlevermousse, met toetsen van madeira in kalfsjus. Ons vlees is heerlijk mals, terwijl de sjalotten, de patatjes en het toastje het knapperige tegengewicht leveren om zo tot een harmonieus en erg gevarieerd gerecht te komen.

De wijn is deze keer een Portugese SEXY uit 2005. Deze wijn beschikt dankzij het gebruik van touriga nacional (een vroeg rijpende druivensoort met een sterk fruitig aroma en een duidelijk aanwezige tannine) eigenschappen van port, terwijl de toevoeging van de eveneens blauwe cabernet sauvignon voor de nodige complexiteit zorgt, zodat ook wijnkenners erg kunnen genieten van deze door een achtentwintigjarig Portugees genie ontworpen wijn.

Tijdens twee vorige bezoeken aan De Troubadour vielen enkel de desserts echt tegen. Ze waren iets te industrieel en smaakloos, maar er werd ons recentelijk verteld dat daar de laatste tijd verbetering in was gekomen. We zijn dan ook erg benieuwd naar ons taartje van kokos en ananasfrangipane met een crème van hazelnoten en roomijs van witte chocolade. Het ijs is erg geslaagd, maar niet iedereen zal de textuur van de stukjes ananas kunnen appreciëren. Toch is dit een geslaagd dessert en zeker een grote stap voorwaarts!

Als laatste wijn wordt ons een 1996 Late Harvest Riesling van de Platinum Vineyards voorgeschoteld. Als rieslingliefhebbers zijn we altijd een beetje op onze houden voor druiven die laat geoogst worden, maar de bloem- en citrustoetsen blijken in dit geval goed te zitten, terwijl het evenwicht tussen zuur en suikerig perfect is, waardoor de wijn lekker zoet maar toch niet stroperig smaakt. Een uitstekende afsluiter!

De Troubadour is een restaurant dat we enkel maar kunnen aanbevelen. Het werd al vaak gezegd, maar de prijs-kwaliteitverhouding is écht wel uitstekend. Voor ons menu zouden we elk 37 euro betaald hebben; niet slecht voor zes gangen waarin ingrediënten als pata negra en ganzenlever in verwerkt zijn! Bovendien is chef-kok John Verbeeck een bezienswaardigheid op zich, zoals duidelijk zal blijken uit het volgende interview.

Interview


Na het eten komt chef John bij ons aanschuiven. De arme chef heeft zijn stem grotendeels verloren, maar probeert ondanks een schorre keel toch boven het geroezemoes uit te komen. John is niet alleen erg sympathiek, maar ook gedreven. De woordencombinaties “dat is tof”, “dat is leuk” en “dat is plezant” komen dan ook veelvuldig voor en we hebben dan ook hier en daar die uitspraken eruit geknipt. Aan het woord: Een chef die zijn job met enorm veel plezier uitoefent!


Ik moet zeggen dat we deze keer heel tevreden waren over de desserts. Toen we jou een tijdje geleden bezochten, vond ik het dessert iets minder geslaagd, maar de rest was wel perfect in orde.

John: Had je al niet geschreven dat je van iemand anders had gehoord dat de desserts beter geworden zijn?

Inderdaad! Heb je jouw aanpak veranderd?

Het probleem is eigenlijk een beetje dat niet iedereen elk soort dessert even graag lust. Als je een bepaalde strekking volgt, weet je vaak pas vrij laat of mensen het lekker vinden. In ieder geval is er een zekere tendens naar iets romigere desserts en daar hebben we een tijdje mee geëxperimenteerd. We hebben allerlei dingen geprobeerd, maar als je de ene week leuk vindt omdat het weer eens iets nieuw is en dan weer verandert, moet de keuken daar ook opnieuw voor ingespeeld geraken. Zo hebben we ook al die ElBulli-dingen eens doorgenomen, maar dat is meer iets voor andere restaurants.

Ik kon niet goed merken of je een PacoJet hebt gebruikt of niet.


We hebben het voordeel dat we voor veel mensen kunnen koken. Een PacoJet is handig voor restaurants die à la carte werken en snel een of twee porties nodig hebben, maar dat is een vrij duur systeem. Ik ben er geen grote fan van.

Omdat het te duur is?

Het is een duur apparaat. Als je à la carte werkt, kan je er wel iets leuk mee doen, maar wij maken het ons niet gemakkelijk. Ons ijs hebben we bijvoorbeeld maar een uurtje geleden zelf afgedraaid. Door op onze manier te werken, kan je het nog vlak voor de service klaarmaken en zo heel goed ijs krijgen.

Eten eerst invriezen is ook niet altijd hygiënisch.

Dat kan ik me voorstellen! Maar ja, er zijn zoveel nieuwe apparaten. In staat zijn om op lage temperatuur te garen is bijvoorbeeld wel tof, maar je moet weten waar je mee bezig bent. Eigenlijk moet je een beetje ervaring hebben met vacuüm of werken met rare temperaturen, want dat is dus ook supergevaarlijk, hè.

Er zijn veel brasseries die apparaten als Thermomix aankopen, niet weten wat ze ermee moeten doen en er uiteindelijk heel slechte gerechten mee maken.

Het probleem is dat het toestel niet veilig is. Toen we pas open waren – we bestaan al zeventien jaar – hadden we een ijsmachientje waar we telkens een litertje crème glacé uit kregen. Nu hebben we een grote machine die evenveel kost als een kleine auto, maar dat maakt veel ijs en kan onder de veilige temperaturen heel goede resultaten behalen. Als koks hun basis niet kennen, kunnen ze met een PacoJet ook geen goede desserts maken.

Kan je eens jouw eigen visie als chef beschrijven? De meeste chefs zeggen dat ze met verse producten werken en dat ze de smaak van de basisingrediënten willen bewaren. Dat is redelijk normaal. Wat hoort daar nog bij, volgens jou?

Ik zie het als een zoektocht. De zaken die je opsomt, sluiten een beetje aan bij mijn eigen visie, maar een vraag die ik me bijvoorbeeld stel is: Waar kan ik bijvoorbeeld dat lekkere melkkalf krijgen? Op zoek gaan, moeite doen, verschillende leveranciers kennen, weten welke mensen op de vroegmarkt je moet aanspreken, ontdekken welk soort rund lekker is… Het is heel veel bijleren, extra werken. Je moet jezelf voortdurend bijscholen. Op het moment dat je daarmee stopt, ga je gewoon per definitie achteruit.

Ik denk dat de meeste mensen die hier komen weten dat je durft te proberen. Ik heb soms de indruk dat je niet enkel wilt scoren, maar dat je durft proberen en dan selecteert wat werkt.

Ons menu is altijd vernieuwend. Het verandert om de twee weken. Een nieuw menu is voor ons echt een nieuw menu. Het plezante is dat we proberen – en daar maken we zelfs een erezaak van – om nooit twee keer hetzelfde gerecht te serveren. Ook na al die jaren herhalen we in principe geen gerechten. Dat doen we niet. Het is tof omdat we met een denktank zitten van ongelooflijk bekwame mensen, zoals mijn keukenchef, twee souschefs die allebei heel sterk aan elkaar gewaagd zijn, enzovoort. We hebben uitvoerders, een denktank om steeds nieuwe menu’s naar voren te brengen. Dat is plezant. Enkel met Nieuwjaar met een nieuwe kaart uitpakken lijkt me fucking boring, zelfs een seizoenkaart die drie maanden meegaat, is voor mij een beetje suf. Dit is jezelf voortdurend opnieuw uitvinden. Op het menu vind je ook bijvoorbeeld zowel klassieke als nieuwere gerechten. Ik vind het leuk om aan klassieke bereidingen verrassende elementen toe te voegen.

Er werd ons verteld dat jullie met heel het team de wijn kiezen. Zelfs het zaalpersoneel doet mee. Dat komt niet zo vaak voor?


Ik weet het, maar dat heeft een reden. We hebben mensen die heel professioneel wijn kunnen drinken en die dat proeven. Zo komt Peter, een heel jonge en belezen gast die aan de school werkt, ook eventjes langs. Het plezante is dat ik de mening van een heel uiteenlopend publiek krijg: van mensen die onderlegd zijn in wijn tot mensen die gewoon graag wijn drinken en proevers die er niets van afweten. Zo kan je inschatten wat de wijn doet met verschillende mensen.

Hou je dan enkel de wijnen die iedereen goed vindt?

Neen, maar dan weet ik bijvoorbeeld wat je aan welke mensen kunt aanbevelen als ik rondga in de zaal. Aan bepaalde personen stel ik iets creatievere wijnen voor, bij een andere tafel raad ik een toegankelijkere druif aan en anderen kan ik dan weer een plezier doen met een complexere wijn omdat die al wat verder staan. Je moet dus weten wat je aan wie geeft. Het leuke is dat je tijdens degustaties nieuwe druiven en wijnen leert kennen, van Mexico of Israël en zo. Dan wordt dat plezant. Ik vind het tof om nieuwe dingen te leren kennen. Dat gebeurt ook wanneer ik op vakantie ga en iets nieuw proef. Via het internet en andere chefs leer ik ook over nieuwe smaakcombinaties en gerechten. Hoe tijm en citroen kunnen samengaan, bijvoorbeeld, of hoe je iets op een bepaalde manier kunt bereiden.

Heel de keuken denkt ook mee over de gerechten zelf. Het is leuk om ’s avonds samen enkele flesjes wijn open te doen. Eerst eens proeven, wat drinken, kijken wat bij bepaalde gerechten zou passen… Alleen kan je niets, hè. Voor een horecazaak heb ik heel trouwe medewerkers. De meeste mensen zijn hier al zes tot acht jaar. Dat wil zeggen dat je goed kunt samenwerken, dat je elkaar vertrouwt en dat je ingespeeld bent op elkaar. Er loopt zelden iets mis omdat iedereen weet waar hij of zij mee bezig is. Dat kan je alleen maar doen door jouw mensen zorgvuldig uit te kiezen, zien dat iemand potentieel heeft wanneer hij of zij toevallig binnenkomt, iedereen goed te betalen, te zorgen dat er een goed sfeertje is. Iedereen heeft een taak en vult die goed in.

Hoe vind je dergelijk personeel?

Goeie mensen worden meestal aangeraden door iemand die je kent. Als ik iemand in de zaal nodig heb, ga ik rondvragen bij collega’s. Veel van de goeie krachten blijven een lange tijd in een restaurant werken en via vrienden en kennissen kom je te weten wie beschikbaar is.

Ben je zelf niet bang dat je jouw personeel uiteindelijk zult verliezen?


Je moet niet afgunstig zijn tegenover anderen en van het principe uitgaan dat het bijna onmogelijk is dat mensen hun hele leven lang in hetzelfde restaurant blijven werken. Dat wordt na een tijdje vervelend en saai. Je moet wat afwisseling hebben. Restaurateurs die hun afzwaaiend personeel niet naar hier of ginder willen sturen omdat dat concurrentie is, zijn eigenlijk fout bezig. Je moet er maar voor zorgen dat je goed genoeg bent, zodat je kunt wedijveren met de concurrentie en je moet jouw eigen mensen goed behandelen. Als men aan mij vraagt waar ik graag ga eten, zeg ik ook gewoon dat ik graag op die bepaalde plaats Marokkaans en in dat andere restaurant Italiaans ga eten. Dat is plezant. Als je mekaar kent als restauranthouder, kan je anderen aan elkaar aanbevelen. Er zitten vrij veel rare mensen in de sector.

Je gaat zowel in binnen- als in buitenland vaak eten. Waar is volgens jou nu de interessantere keuken te vinden?


New York is een smeltkroes van verschillende culturen, van mensen die daar samengekomen zijn, waar allerlei dingen kunnen. Daar zie je veel ontstaan.

Vlamingen denken dat je daar niet deftig kunt eten!

Tja, als je tweehonderd kilometer het hinterland intrekt, blijft het ook heel basic, hè. Daar kan je wel een steak en frieten eten, maar daar blijft het bij. New York is een eiland, dat is afgezonderd van de rest van het land. Dat is al niet hetzelfde als de rest van Amerika.

Een van de beste restaurants waar ik ooit ben gaan eten was een Franse eettent in Manhattan.


In de Verenigde Staten hebben we onder andere in Californië een toertje gedaan en een aantal restaurants bezocht die volgens ons goed zouden kunnen zijn. Ter plaatse vraag je dan ook naar een goed hotel, een goede concertzaal, enzovoort. Het advies van de lokale bevolking maakt het boeiend. Vroeger ging ik met mijn vrouw, nu ga ik met mijn zoon. Met hem ben ik tijdens de paasvakantie nog acht dagen in New York geweest.

Dat is iets wat je vaak merkt bij chefkoks: Het is heel moeilijk om een gezinnetje in stand te houden.

Ik blijf het zeggen. Men vraagt me vaak of mijn zoon later de zaak gaat overnemen, maar ik heb liever dat hij een gewone job leert. Dan is hij gelukkiger. Mijn vrouw en ik zijn al twee jaar uit elkaar en in die periode heb ik wel wat vriendschappen gehad, maar ’s avonds kom je nooit thuis, hè. Ze zeggen wel dat je dan lekker kunt koken, maar uiteindelijk moet je toch weer werken.

Dat is natuurlijk wel een teken dat je heel passioneel bezig bent met jouw beroep.


Dat moet ook, je kunt niet anders. Je moet er constant mee bezig zijn, je moet er keihard voor gaan! En dat moet ook zo blijven, die passie heb je nodig om jouw bedrijf levendig te houden.

Je bent ook een bekend gezicht geworden.


Dat heeft zijn voordelen. Ik heb daar wel geluk mee gehad. Ik heb mogen meedoen aan een aantal tv-programma’s en dan ben ik ook in magazines als Feeling en Story geraakt. Iets doen voor ATV is leuk. Ik kan daar een half uur tv inblikken met mijn volledige goesting. Dat is wel fijn, hè? Het is bij wijze van spreken een vrijbriefje om reclame te maken. Mensen zien me en denken eraan. Dat is tof.

Wat is de meerwaarde van zo een tv-programma? Is dat vooral dat het meer mensen naar jouw restaurant lokt, is het dat je de kijkers iets kunt aanleren, of is het iets anders?

Nee, dat is het niet… Ik heb nog mogen meespelen in een vrt-programma en dat was gewoon lol, dat was fun! Je mag niet vergeten dat als je, zoals ik, al ongeveer twintig jaar in het vak zit, het belangrijk is om eens iets fris te hebben om te doen en tv maken is plezant. Ik probeer het zo goed moeilijk uit te leggen zodat de mensen thuis het niet te ingewikkeld vinden. Het is niet de bedoeling dat ik de bereiding van een gerecht uitleg en dat je dan vergeet hoe je het moet klaarmaken. Het mag simpel blijven. Wat ik erg leuk vond, is als mensen me kwamen zeggen dat ze bijvoorbeeld iets hadden gekookt voor een etentje. Dat was echt tof. In principe is koken niet moeilijk. Veel mensen beginnen er gewoon niet aan, maar als je laat zien dat het plezant is, proberen ze uiteindelijk toch. Je toont hoe ze een dessertje moeten maken en ze beginnen eraan. Ze kunnen iets koken, eten, er een sociaal gebeuren van maken, samen aan tafel zitten, familie samen aan tafel brengen. Ik heb vaak gezien dat kinderen apart eten, maar dat is niet tof, je moet mensen bij elkaar brengen en betrekken bij het koken. Mijn zoon kookt ook altijd mee. Hij eet niet alles op, maar hij helpt wel bij de bereiding! Dan vraagt hij bijvoorbeeld: “Papa, wil je een videeke maken?” Ik leg hem uit wat je moet doen en dan beginnen we er samen aan. Dat is plezant omdat je met tweeën aan iets bezig bent.

Gisteren waren we in Saint-Amour om foto’s te nemen en de chef toonde ons het gerecht waarmee hij gaat deelnemen aan de eindrondes van de beste kok van Vlaanderen. We mogen nog niet vertellen wat het wordt, maar daarna toonde hij ons ook hoe je een ajuin moet snijden. Heb jij ook ‘geheimen van de chef’ die je voor jezelf wilt houden?

Nee, iedereen mag alles weten! Daar heb ik geen problemen mee. We beginnen binnenkort toch aan een nieuw menu.

Eigenlijk heb je er dus vertrouwen in dat je creatief genoeg zult zijn?


Ja, hoor.

Wat denk je zelf van competities als de beste kok van Vlaanderen?

Ik vind dat tof, maar ik doe er zelf niet aan mee. Ik blijf liever in mijn keuken. Ik doe dit werk graag, eten maken voor mensen. Ik vind dat echt een keileuke job. Het is veel werk, maar het is een keileuke job. Ik ken veel mensen die hun job niet graag doen en die elke dag tegen hun goesting naar hun werk vertrekken. De zin van het leven is volgens mij zo goed mogelijk proberen te leven. Je hebt niet zoveel tijd voor je dood bent. Ik bedoel maar… You live, you have fun, you die. Die competitiedrang hoeft dan niet van mij. Ik vind die wedstrijdbeoordelingen ook heel subjectief.

Ik heb hetzelfde met vechtkunsten. Dat is misschien iets minder subjectief, maar ik beoefen al achttien jaar vechtkunsten en ik heb nooit de drang gevoeld om me te bewijzen. Er is trouwens maar een klein aantal mensen dat meedoet.


Ja, dat is waar. Het is wel tof, ik gun het die mensen wel, hè. Er zijn veel dergelijke wedstrijden en als je daaraan deelneemt zal dat wel leuk zijn. Ik heb dat vroeger gedaan. Ik heb vroeger in verenigingen gezeten zoals die van de meesterkoks van België, maar nu wil ik vooral voor mezelf koken en ik wil veel met mijn zoon bezig zijn, die samen met mij kookt. De helft van de tijd zit hij bij zijn moeder en de helft bij mij. Dan leer ik hem zijn geschiedenis en zo. Ik vind het belangrijk om samen tijd door te brengen. Zodra hij geboren was, ben ik gestopt met die andere activiteiten. Samen op vakantie gaan, samen gaan zwemmen, met jouw vrouw en kindje, is veel belangrijker.

Binnenkort krijgen we nog een gespierde John!

That’s not going to happen [hilariteit]!

Je moet nog herkenbaar zijn op tv, hè! Stel je voor dat je een afsluitende raad moet geven aan mensen die geïnteresseerd zijn in eten. Wat zou dat dan kunnen zijn?

Dat ze selectief moeten zijn. Als mensen goed willen koken, moeten ze eigenlijk moeite doen om op zoek te gaan naar goede ingrediëntjes. Mensen rijden nog wel vijfhonderd meter rond om een beter brood te vinden. Doe dat ook voor jouw vlees of tomaten. Alles wordt nu veel te vaak in steeds dezelfde supermarkt gekocht. Vrienden van mij, een koppeltje, gaan naar de ene winkel voor dit product en naar een andere voor dat product. Die koken bewust selectief. Soms moeten ze voor een maaltijd drie, vier verschillende plaatsen bezoeken, maar ze brengen zo wel goede ingrediënten bij elkaar. Ik ken mensen in Lier die nog elke week naar de groentemarkt daar gaan. Je moet er natuurlijk tijd voor hebben, hè. Uiteindelijk moet je er allemaal tijd voor hebben.

Je kunt ook tijd maken.

Alles in het leven is tijd maken. Keuzes en tijd maken.

Mensen zeggen te vlug: “Ik heb er geen tijd voor.”

Ja, we hebben allemaal werk en verplichtingen, maar de mensen waarover ik het heb, hebben dat ook en die maken dan daar tijd voor. Als je echt goed wilt eten, zoek dan naar goede ingrediëntjes.

Met die goede raad sluiten we af. Wie John zelf eens wilt ontmoeten, kan terecht in Berchem, waar deze olijke man met veel plezier zijn klanten bedient en… hen goede ingrediënten verschaft!


Meer info

  • De Troubadour
  • Driekoningenstraat 72
  • 2600 Berchem
  • www.detroubadour.be
  • E-mail: info@detroubadour.be
  • Tel.: +32 3 23 93 916
  • Fax: +32 3 23 08 271
© 2008 - 2017 Dvandereyken, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Restaurants en gastronomie in DuinkerkeDuinkerke is een gezellige Franse stad die net over de grens van België ligt. De sfeer is er levendig en de restaurants…
Reality TV: Mijn Restaurant 2011 op VTM (BE)Reality TV: Mijn Restaurant 2011 op VTM (BE)Op 30 augustus ging op de Belgische commerciële zender VTM het nieuwe seizoen van Mijn Restaurant van start. 5 koppels u…
Cornelis Vreeswijk: Nederlandse troubadour van ZwedenCornelis Vreeswijk ( Zweedse uitspraak: Cornelis, Vriswik) was een uit Nederland afkomstige zanger en componist die in d…
Jamie Oliver: Recepten, Filosofie, Kookboeken en RestaurantJamie Oliver's filosofie van puur en lekker koken met biologische producten past uitstekend in deze tijd, waarin mensen…
De Koninck, ideaal terrasbiertjeDe Koninck, ideaal terrasbiertjeEen bolleke is voor Antwerpenaren de lekkerste dorstlesser. Dit heerlijke biertje is ook verkrijgbaar in de drie variëte…

Reageer op het artikel "Restaurantbespreking: De Troubadour"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Dvandereyken
Gepubliceerd: 14-07-2008
Rubriek: Mijn kijk op…
Subrubriek: Eten en drinken
Mijn kijk op…
Deze rubriek bevat artikelen welke naast objectieve informatie ook een mening en/of ervaring beschrijven.
Schrijf mee!