InfoNu.nl > Mijn kijk op… > Eten en drinken > Restaurantbespreking: Kokoon

Restaurantbespreking: Kokoon

‘De kleine Rue des Bouchers’ wordt de Leuvense Muntstraat wel eens genoemd. Het wandelstraatje, dat de Tiensestraat met de Naamsestraat verbindt, is inderdaad het culinaire centrum van de studentenstad.
Achter zowat elk huisnummer schuilt een restaurant, brasserie of café, maar er zijn ook een aantal cruciale verschillen. Terwijl de Beenhouwersstraat vooral te gast is voor visrestaurants en er een zekere uniformiteit is tussen de eetgelegenheden onderling, zijn de restaurants die de Muntstraat rijk is een bont allegaartje. Japans, wereldkeuken, Italiaans, Frans, Belgisch, Chinees, mediterraans of fusion: het kan allemaal. Voor de allerbeste gastronomische keuken is een kort (bus)reisje naar Heverlee of Blanden zeker het overwegen waard, maar restaurants als de Etenstijd kregen in deze pagina’s al een goede bespreking. Ook op de ’s Meiersstraat, dat tussen de Muntstraat en het Hogeschoolplein ligt, valt er culinair voldoende te genieten. Een van de markantste restaurants is zonder twijfel Kokoon, dat met zijn grijze gevel net naast de hoek van de Muntstraat prijkt.

Interieur

De façade zelf is misschien niet erg breed, maar binnenin blijkt Kokoon heel wat ruimer te zijn dan wat je aanvankelijk zou kunnen verwachten. Je moet maar naar achteren lopen en een kwartslag draaien om de rest van het knappe interieur te bewonderen. Dit is geen stijf restaurant, geen chique bedoening met kristallen lusters, peperdure kandelaars en antieke meubelen, maar wel een eigentijdse eetplaats, die met oog voor zowel praktisch nut als design is ingericht. Het toegankelijke kader komt geen moment goedkoop of ordinair over. Dit is gewoon een gezellig interieur dat, in combinatie met het meesterschap van chef Guy Vantoortelboom, een breed publiek kan aanspelen. Zowel studenten als meer veeleisende gastronomen kunnen hier hun gading vinden en dat is toch wel een prestatie.

De moderne grijze tinten van de gevel worden binnenin doorgetrokken in de tafellakens en decoratie (let op de moderne vogelhuisjes), terwijl bordeauxrood en aardekleuren het houten meubilair opfleuren. Er werd moeite gedaan om het geheel ook organisch te doen overkomen en ondanks het feit dat sommige tafels erg dicht bij elkaar staan, worden we onmiddellijk in een afgescheiden hoek aan het raam geplaatst. Opnieuw is men erin geslaagd om twee soorten publiek – mensen die op zoek zijn naar een intiem etentje en grotere groepen – aan te spreken. Ja, er zijn restaurants die misschien geschikter zijn voor een romantische tête-à-tête, maar uiteindelijk blijven de gerechten het belangrijkste en dus vallen de puzzelstukken in Kokoon zeker op hun plaats.

Ontvangst

Net als het interieur zelf ziet het zaalpersoneel er geenszins bekakt uit. Jonge mensen met blitse zwarte schortjes aan, dat kan natuurlijk niet verkeerd gaan! Ook de ontvangst en de bediening zelf is hartelijk; een perfecte mengeling tussen informeel en professioneel. Er wordt geen inbreuk gemaakt tegen de regels van de etiquette – al hoef je hier niet noodzakelijk te verwachten dat jouw jas onmiddellijk wordt aangenomen – maar toch verloopt alles op een manier waarbij ook de gemiddelde student zich comfortabel zal voelen. Een opleiding aan de Hogeschool Voor Passend Culinair Gedrag heb je hier dus niet voor nodig en dat mogen we wel. Nochtans wordt de wijn juist ingeschonken, laat men ons eerst proeven en neemt men ook de tijd om het label te laten zien. Uitstekend!

Menu

Ja, Kokoon is ook voor studenten een aan te raden locatie, maar de keuze van het vlees dat we voorgeschoteld krijgen als hapje is fantastisch. De beste sneetjes ham en salami werden duidelijk met zorg uitgekozen, wat ons al meteen aangenaam verrast. Natuurlijk mogen ook de olijfjes niet ontbreken. We raden onze gastronomisch minder ervaren interieurvormgever aan om toch maar de leuke tandenstokertjes te gebruiken in plaats van zijn handen en genieten ten volle van de hapjes en ons aperitief. Tip: de pineau des charentes is goed (al gaat het niet om een topmerk, maar dat zou dan ook veel duurder zijn), maar ook het huisaperitief mag er zeker wezen.

Onze eerste gang is fris gemarineerde tonijn in yuzu met een mousseline van knolselder en truffelvinaigrette. De schijfjes tonijn ogen smakelijk en de combinatie met yuzu – een Japanse citrusvrucht die veel zachter is dan onze citroen – is lichtjes verrassend en erg geslaagd. Truffelvinaigrette mag dan wel een heel goedkoop alternatief zijn voor verse truffel, het zorgt ervoor dat de mousseline van knolselder erg goed wordt gecomplementeerd. Het gerecht is fris in de mond en heeft ook de nodige textuur, waardoor we zeker niet teleurgesteld zijn.

We blijven in de vissfeer, want na de tonijn volgen sint-jacobsnoten met boschampignons en limoenbotersaus. We houden wel van de manier waarop chef Guy de connectie maakt tussen de eerste en de tweede gang. Tweemaal iets uit de zee met tweemaal citrusvruchtaccenten zorgt voor een mooie rode draad. Ook onze fles witte wijn kan aanblijven, wat natuurlijk handig is voor het zaalpersoneel. De sint-jacobsnoten hebben nog geen korst en zullen mogelijk niet door iedereen gesmaakt worden (veel mensen hebben graag iets meer textuur), maar de saus is een goede keuze van de chef, de boschampignons voegen een klein beetje textuur toe en het gerecht is als geheel misschien niet hemels, maar wel heel degelijk.

We bevinden ons nog in het wildseizoen en daar wordt met het duo van hertenkalf en bosduif handig op ingespeeld. Hertenkalf mag niet te lang worden doorgebakken, maar moet wel goed worden aangebakken en een mooi korstje krijgen, terwijl het vlees zijn rode kleur blijft behouden en zeker niet grijs wordt. De chef heeft ervoor gezorgd dat het vlees mals is gebleven en de combinatie tussen bosduif en hertenkalf werkt voortreffelijk. We houden van malse en krokant samen en daar zorgen de kleine chips van pastinaak voor, al domineren de chips de mond misschien iets teveel wanneer ze samen met vlees verorberd worden. Het wildsausje is volgens de regels van de kunst klaargemaakt, maar kan niet helemaal verhullen dat er hier en daar wat zwarte, aangebrande randjes zijn. Een schoonheidsfoutje, want wat we op de schotel krijgen is zeker lekker.

Er wordt afgesloten in schoonheid: een heerlijke appel romanof, een dessert dat vermoedelijk vernoemd werd naar Pieter de Grote, een beroemde tsaar en lid van de Romanofdynastie. Dit dessert met alcohol, room en griessuiker wordt gewoonlijk met aardbeien bereid, maar ook met appel blijkt de bereiding uitstekend te werken.

Kokoon is geen sterrenrestaurant, maar wel een van de betere eetgelegenheden in het hartje van Leuven. Het moderne, gezellige kader, de vlotte bediening, de meer dan degelijke gerechten en de vrij lage prijzen zorgen ervoor dat dit zeker een aanrader is voor zowel studenten als gastronomen die even hun hongerige maag willen vullen. Ondanks enkele kleine puntjes die voor verbetering vatbaar zijn hebben we goed gegeten en – vooral – een leuke tijd doorgebracht. Neem dus zeker zelf eens een kijkje wanneer je in de buurt van Leuven bent!

Interview

Na het eten hebben we nog een uitgebreid gesprek met chef Guy Vantoortelboom, die tussendoor zelfs even de tijd neemt om met een ex-collega te keuvelen, waarna hij zijn vriend haast onmiddellijk aanbeveelt! Guy toont zich een sympathieke chef, die heel wat in zijn mars heeft…

Ik vond het menu absoluut geslaagd. Ook de presentatie was meer dan behoorlijk. Wat me opviel, is dat je gerechten serveert met een Poolse toets. Heeft dat met je eigen roots te maken?


Neen, maar ik had vroeger een Poolse vriendin. Daarom gebruik ik voor mijn dessert kersenwodka als marinade, in plaats van een gewone jenever. Dat geeft een gerecht toch net dat beetje extra.

Wat voor achtergrond heb je zelf? En hoe ben je begonnen als chef?

Ik heb les gevolgd aan de hotelschool in Koksijde. Mijn stages heb ik zowat overal gedaan, namelijk in Frankrijk, Zwitserland, Duitsland... Uiteindelijk ben ik teruggekomen naar Brussel en heb ik een tijdje in La Cravache d’Or gewerkt.

De eigenaar van La Truffe Noire heeft daar ook nog gewerkt. Hij ziet de chef van dat restaurant als zijn belangrijkste leermeester en heeft dan ook heel mooie herinneringen aan zijn tijd daar.

Toen ik er werkte, stond er een gloednieuw team achter het fornuis. Ik ben daar toegekomen op mijn negentiende, als stagiair. Uiteindelijk ben ik er chef geworden. Ik ben daar dan twee jaar lang gebleven alvorens ik naar Koksijde ben getrokken. Daar heb ik met met Le Régent, waar ik ook chef was, een ster kunnen halen. Nadien ben ik hier in het Leuvense komen werken en heb ik zo’n zeven of acht jaar geleden mijn eigen restaurant geopend.

Vanwaar de beslissing om zelf een zaak uit de grond te stampen?

Ik had simpelweg zin om mijn eigen ding te doen.

Het lijkt mij dat alle rechtgeaarde chefs daar behoefte aan hebben.

Aan de andere kant is het natuurlijk makkelijker om enkel in de keuken te staan. Je moet je dan immers niet bezig houden met administratieve beslommeringen. Tegenwoordig moet je niet alleen meer goed kunnen koken, je moet ook thuis zijn in dingen zoals boekhouden. We werken hier maar met drie koks, terwijl ik vroeger in de keuken stond met negen personeelsleden. Dat is wennen, maar het kan niet anders. Vroeger was alles dan ook veel betaalbaarder. Tegenwoordig wordt het steeds duurder om een restaurant te runnen. Zelfs banale zaken zoals vuilniszakken stijgen in prijs.

Wat voor concept wil je uitdragen met Kokoon?

Wij doen al zeven jaar ons eigen ding; van fusion tot klassieke keuken. Een voorbeeld van dat eerste zijn onze wokgerechten, die nogal wat succes kennen.

Je opleiding volgde nochtans een klassiek circuit. Hoe ben je dan op het idee gekomen om fusion in je gerechten te integreren?

Enkele restaurants waar ik vroeger werkte speelden al eens met oriëntaalse elementen. Ook heb ik altijd in de keuken gestaan met mensen van de meest uiteenlopende origine. Mijn familie heeft een tijdje in Afrika gewoond, in Congo om precies te zijn, wat eveneens mijn kookkunst heeft beïnvloed. Mijn tante woont al weer dertig jaar in Pretoria. Ik kom dus uit een nest van kolonisten. De interesse die ik heb voor het uitheemse is er met de paplepel ingegoten. Als je naar het buitenland gaat en de plaatselijke inwoners ziet koken, leer je sowieso heel wat bij over producten en bereidingswijzen. Ik probeer de dingen die ik zo oppik dan thuis altijd een keer uit en heb daardoor zelfs al twee keer een Waalse kookwedstrijd gewonnen. Een van de opdrachten was bijvoorbeeld dat je een gerecht moest maken met enkel aardappelen. Ik ken gelukkig heel wat soorten aardappelen van over de hele wereld en weet ook hoe je die op ontelbare manieren kunt klaarmaken.

Heb je ooit meegedaan aan iets als de Prosper Montagné wedstrijd?


Dat zou ik nooit doen, aangezien dat net iets te prestigieus is voor mij. Voor een ster gaan zit er voor mij voorlopig ook niet in. Ik zou graag nog een beetje genieten van het leven, wat niet meer mogelijk is als je echt helemaal voor de kookkunst leeft. Ik wil me momenteel niet vastpinnen op een ding.

Heb je het gevoel dat een ster je zou beknotten?

Soms wel, aangezien je jezelf aan bepaalde regels moet houden. Het is natuurlijk altijd leuk om een ster te krijgen, maar het lijkt me verschrikkelijk om er eentje te verliezen. Die kans is natuurlijk altijd reëel, mits je keihard werkt om ze te behouden. Soms wordt jouw ster zelfs afgenomen om redenen waar je geen invloed op hebt, wat ik dan weer onfair vind. Ik ben blij met mijn zaak zoals ze nu is. Ik kan zeggen dat Kokoon vijf dagen per week helemaal volzet is. Mijn klanten zijn dus blijkbaar ook tevreden. Ik heb daar geen Michelinster voor nodig.

De meeste chefs zouden toch trots zijn als ze er eentje zouden krijgen. Een ster wordt meestal gezien als de bekroning van je werk.

Ik heb er geen behoefte aan om met een groot aantal chefs in de keuken te gaan duiken, om toch maar haute cuisine op de borden van de recensenten te kunnen toveren. Ik doe voorlopig gewoon mijn eigen ding en dat is het belangrijkst. Moest er toch ooit een ster komen, is ze zeker welkom. Ik zou absoluut gevleid zijn, dat spreekt vanzelf. De komende jaren maak ik daar echter geen prioriteit van.

In Leuven zelf hebben we bijna geen enkel restaurant meer dat echt hoog staat aangeschreven. We hebben dan misschien ook geen echte topetablissementen, maar toch heel wat zaken waar er je degelijk eten voorgeschoteld krijgt.

Ik vind dan ook dat een degelijk restaurant zoals Kokoon nog heel schappelijke prijzen vraagt. Zo betaalt de klant zo’n 50 euro voor een volledig menu met aangepaste wijnen.

Hoe houd je de prijzen zo laag?

Wij besteden minder aandacht aan details, wat wel anders is bij een sterrenzaak, natuurlijk. Zo geven wij geen hapjes voor het eten. Wij kiezen er resoluut voor om betaalbaar te blijven, dus moeten we besparen op dat soort kleine dingen.

Wat vind je van chefs die het minder eenvoudig houden?

Ik heb daar absoluut niks op tegen, aangezien ik het apprecieer dat ze zoveel aandacht besteden aan hun menu’s. Ze moeten er gewoon meer geld voor vragen, wat ik niet wil doen. Persoonlijk zou ik ook voor zo’n restaurant kiezen. Het is voor mij echter bijna onmogelijk om dat soort menu’s voor te schotelen. Ons team moet dan ook koken voor niet minder dan tachtig couverts .

Vind je het niet erg dat je misschien wat onder jouw niveau werkt? Ik heb immers het gevoel dat je ook gastronomische toppen zou kunnen scheren.

Voorlopig niet. Pas wanneer ik een jaar of vijftig ben, ga ik nog een laatste keer proberen de top te bereiken. Nu wil ik nog even op safe spelen en mijn kost verdienen. Het is ook zo moeilijk om werknemers te vinden die een hoog niveau aankunnen.

Tegenwoordig is het zo dat je al blij mag zijn als je twee jaar met dezelfde ploeg kunt werken. Vroeger was dat geen probleem, maar vandaag de dag komen en gaan personeelsleden voortdurend.

Als ik een vrouw zou hebben die mee zou helpen in de zaal, zou alles veel simpeler zijn. Nu moet ik alles zelf controleren en in goede banen leiden, zowel in de zaal als in de keuken.

Een restaurant uitbaten met je vrouw blijkt meestal goed te werken, maar het is natuurlijk ook moeilijk om er als chef een gezinsleven op na te houden. De meeste chefs zijn dan ook gescheiden.

Ik ben nu al negen jaar gescheiden, mede ‘dankzij’ mijn job. In het verleden heb ik die dan ook op de eerste plaats gezet. Ik zie mijn dochter om de veertien dagen, maar echt veel tijd heb ik niet voor haar. Op zaterdagavond zit ze alleen thuis omdat ik dan moet werken. Het is niet zo dat ik niet vaker thuis wil zijn, maar dat gaat gewoon niet. Ergens wil ik ook wel een extra dagje in de week sluiten, maar dat kan ik me niet permitteren. Ik draag een verantwoordelijkheid ten opzichte van mijn klanten en mijn personeel. Als ik zou kunnen werken met minder personeel, zou ik het doen. Dat zou me immers wat meer vrijheid geven.

Ik heb wel de indruk dat hier een toffe sfeer hangt onder de collega’s.

Sinds kort werk ik met een nieuwe ploeg. Iedereen die ik aanwerf, ken ik echter persoonlijk, of is me aangeraden door andere personeelsleden. Als ik merk dat iemand de sfeer verpest, ligt hij er onmiddellijk uit. Daardoor komen we allemaal goed overeen. Als er iemand ziek is, bijvoorbeeld, wordt er onderling beslist wie die persoon vervangt. Ik laat heel wat beslissingen over aan het personeel, aangezien die autoritaire bedrijfscultuur van vroeger niet meer werkt. Ik word in de keuken bijgestaan door drie koks die helemaal van nul begonnen zijn. Nu doet een van hen de hele klassieke keuken al op zijn eentje. Ik heb hen steeds meer verantwoordelijkheid gegeven, wat hen stimuleert. Ik ga hen nooit respectloos behandelen, want dan hou je geen personeel meer over. Ze verdienen dat ook niet. Een van de mensen die hier zes jaar gewerkt heeft, werkt nu in een sterrenzaak in Frankrijk. Ik schep er plezier in dat mijn geloof in zijn kunnen er deels voor gezorgd heeft dat hij zo ver is geraakt.

Is er nog iets wat je met de Kokoon wilt doen?

Ik denk dat ik nog een jaartje of vijf op deze manier verder ga doen. Daarna zou het kunnen dat ik een andere wending geef aan Kokoon. Voorlopig wil ik er vooral voor zorgen dat de zaak blijft draaien.

Iets wat ik vaak opmerk, is dat zeventig procent van alle chefs gewoon een pintje drinken als ik hen interview.

In de keuken smaakt dat mij echt niet, maar als ik hier wat kom babbelen met de klanten kan dat goed doen. Als ik even wil ontspannen ga ik het café hiernaast binnen, de Libertad. Dat café is van dezelfde eigenaar als Kokoon, Ricky. Eigenlijk bezit hij bijna alle zaken in de Muntstraat. Zo is hij bijvoorbeeld ook de eigenaar van New Mexico. Hij maakt daar natuurlijk zowel vrienden als vijanden mee. Niet iedereen apprecieert zijn ondernemende geest. Mensen die hun nek uitsteken, krijgen dan ook altijd kritiek.

Wat vind je van die concurrentie binnen de horeca?

Die strijd was vroeger nog heel wat bitterder. Ikzelf doe daar niet aan mee. Zo breng ik regelmatig een bezoekje aan de andere restaurants hier in de buurt. Ik beoordeel ze echter niet, want dat brengt alleen maar wrevel met zich mee. Ik ga nooit kritiek geven op de concurrentie. Als ik een van mijn collega-chefs zou afbreken, zou dat verhaal zeker een staartje krijgen. Als er iets mis is met het eten, zal ik dat altijd op een beleefde, subtiele manier aankaarten. Ik apprecieer het immers ook als ik opbouwende kritiek krijg van mijn collega’s. Je kunt daar alleen maar van leren. Iedereen maakt fouten.

Zie je jouw eigen keuken nog evolueren? Gebruik je trouwens de nieuwe technieken die de laatste tijd opduiken?

Ja, maar ik ben daar eigenlijk deels van aan het terugkomen. Ik evolueer weer in de richting van een klassiekere keuken. Net zoals heel wat andere chefs vraag ik me af waar de grens ligt. Als men iedereen in die nieuwe technieken moet opleiden, blijven we bezig. Ik sta dan ook in de keuken met mensen die geen Nederlands, en soms zelfs amper Engels, spreken.

Op welke basis selecteer je die mensen dan?

Iedereen krijgt hier een kans, op voorwaarde dat ze onderaan de ladder willen beginnen.

Waarom kies je voor buitenlanders?

Je vindt gewoon geen Belgisch personeel. Je ziet trouwens ook in heel wat andere restaurants dat er veel buitenlanders in de keuken staan die het vaak zelfs tot chef schoppen. Ik begrijp wel dat jongens die pas afgestudeerd zijn niet uitkijken naar een job in een zaak als de mijne. Ze willen liever in een sterrenzaak gaan werken, eventueel in het buitenland. Ik heb dat ook gedaan. Ik heb mijn stoute schoenen aangetrokken en heb ronduit gezegd: “ Ik wil hier komen werken. “ De chef van dat restaurant bekeek me eens goed en zei : “Begin maar. Als wat jij hier allemaal doet me niet bevalt, vlieg je echter buiten.” Ik heb daar toen toch zes maanden kunnen meedraaien. Toen ben ik naar Le Régent gegaan. Terwijl ik daar werkte, heeft mijn vorige baas nog gevraagd of ik niet terug wilde komen. Ik heb dat niet gedaan. In zo’n Frans restaurant is de manier van werken heel anders dan in België. Fransen werken een pak trager en staan dan ook met veel meer mensen in de keuken. Eigenlijk moet je daarom enorm respect hebben voor sterrenrestaurants in België. Die moeten het met een veel kleinere bezetting doen, maar bieden toch evenveel kwaliteit.

Er zijn nochtans heel wat sterrenrestaurants in België.

Ik probeer er zoveel mogelijk te bezoeken en kan dan niet anders dan ontzag hebben voor die chefs. Pas op, als ik honger heb, ga ik soms ook gewoon een goede biefstuk met friet eten. Nu wil ik echter ook zo nu en dan eens op en top culinair genieten. Daar moet je dan wel uitgebreid tijd voor nemen. Ik snap niet dat mensen hier soms langskomen en zeggen dat ze maar vijfentwintig minuten hebben om te eten. Als ik mijn eten op een goede manier wil klaarmaken, is dat gewoon onmogelijk. Dan ga je beter ergens een dagschotel eten in een brasserie. Wij serveren dat ’s middags ook. Eerst deden we dat voor zo’n twee tafels, maar ondertussen is dat gegroeid naar vijftien tafels. Ik probeer dan met die dagschotel toch iets min of meer creatief te doen en niet helemaal hetzelfde aan te bieden als andere restaurant.

Ik kan mij dan ook voorstellen dat het voor een kok van jouw kaliber frustrerend zou zijn om gewoon bandwerk te moeten doen. Waar ik dan wel weer enorm veel respect voor heb, is iemand die van zo’n veilig doordeweeks gerecht iets speciaals maakt. Zo was een van mijn favoriete restaurantervaringen er eentje in New York, dichtbij het Guggenheimmuseum. Daar heb ik de beste garnaalkroketten van mijn leven gegeten. Om even terug te komen op het personeelsprobleem: er is ook iets als te veel personeel. Dat kan er voor zorgen dat de gasten niet meer rustig kunnen eten doordat er de hele tijd mensen rond hossen. Je hebt trouwens een restaurant zonder sterren, maar toch ziet alles er hier deftig uit. Jouw personeelsleden zijn bijvoorbeeld zeer netjes gekleed. Uit eten gaan is voor mij totaalpakket, dus ik vind zoiets belangrijk.


Ik vind het wel van belang dat mensen hier durven binnenstappen in hun jeans. Het is geen must om hier een kostuum te dragen.

Het restaurant ziet er simpelweg tof uit. Ik denk echter dat sommige culinaire meerwaardezoekers niet geneigd gaan zijn om hier binnen te stappen, gewoon omdat ze niet verwachten dat het eten van zulke hoge kwaliteit zal zijn.

Zolang mijn vast cliënteel blijft komen, ben ik tevreden. Meer vraag ik op dit moment niet.

Je kiest de wijnen zelf. Het waren niet de duurste flessen, maar het waren wijnen waarvan zowel de kenner als de leek van kan zeggen dat ze goed zijn.

Zoals ik al zei probeer ik de prijs laag te houden. Ik kan dan ook niet anders dan dergelijke wijnen voorschotelen. Ik verander regelmatig van kaart, maar zorg ervoor dat de mensen altijd kunnen kiezen tussen 3 rode huiswijnen en 3 witte huiswijnen. Die vervang ik om het jaar. Ik probeer altijd wijnen te vinden die niet iedereen heeft, wat niet altijd even simpel is, natuurlijk. Het is voor mij echter een uitdaging om op dat vlak altijd vernieuwend uit de hoek te komen.

We hopen alvast dat je dat blijft doen!

Gegevens

  • Kokoon
  • ’s Meiersstraat 1
  • 3000 Leuven
  • België
  • www.kokoon.be
  • Telefoon & fax: +32 (0)16 23 07 26
  • Dirk Vandereyken
© 2008 - 2017 Dvandereyken, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Wie is Jeroen Meus?Jeroen Meus is een Vlaamse kok die dagelijks te zien is in zijn eigen programma op Eén (Belgische televisie). Hij genoot…
Restaurants en gastronomie in DuinkerkeDuinkerke is een gezellige Franse stad die net over de grens van België ligt. De sfeer is er levendig en de restaurants…
Jamie Oliver: Recepten, Filosofie, Kookboeken en RestaurantJamie Oliver's filosofie van puur en lekker koken met biologische producten past uitstekend in deze tijd, waarin mensen…
Restaurant A-Fusion: Chinatown, nepkip en een knuffelkatRestaurant A-Fusion: Chinatown, nepkip en een knuffelkatChina en de Chinese keuken associeer je niet in eerste instantie met dierenwelzijn. Daarvoor staan foto's van honden en…
Peter Goossens: kok en mediafiguurSinds enkele jaren is Peter Goossens, de chef van driesterrenrestaurant Het Hof van Cleve, niet meer van het televisiesc…

Reageer op het artikel "Restaurantbespreking: Kokoon"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Dvandereyken
Gepubliceerd: 14-07-2008
Rubriek: Mijn kijk op…
Subrubriek: Eten en drinken
Mijn kijk op…
Deze rubriek bevat artikelen welke naast objectieve informatie ook een mening en/of ervaring beschrijven.
Schrijf mee!