Eetstoornissen en Anorexia

Therapeut versus computer; hulpverlening bij eetstoornisclië

Therapeut versus computer; hulpverlening bij eetstoornisclië

In de medische sector zijn vele handelingen van artsen en verpleegkundigen al overgenomen door computers. Een behandeling van zieke cliënt en zonder deze technologieën kunnen we ons niet meer voorstellen. Is dit ook het beeld van de psychische hulpverlening in de toekomst? Kunnen computers taken van hulpverleners overnemen of deze zelfs geheel overbodig maken?


Ontwikkelingen

De eerste ontwikkelingen zijn al in volle gang. Bij de Zweedse eetstoorniskliniek Mandometerhospital gebruiken ze een Mandometer om cliënten te laten genezen van hun eetstoornis. Deze eetcomputer laat anorexia- en boulimia cliënten via een weegschaal weer normaal eten. De computer houdt tijdens de maaltijd precies bij hoeveel de cliënt eet. De cliënt meldt de computer hoe vol zij zich voelt en vervolgens berekent de mandometer of ze te langzaam of juist te snel eet. Hierdoor leren ze weer op een normaal tempo (voldoende) te eten en hun gevoel van verzadiging herkennen. In Zweden zijn de eerste resultaten goed. Uit onderzoek van het Karolinska Instituut blijkt dat ongeveer 75% van de cliënten volledig geneest met de mandometer methode, tegenover ongeveer 50% bij andere methodes. De mandometer methode heeft zich dan ook verspreidt naar instellingen over de gehele wereld. En sinds november 2004 wordt deze methode ook in Nederland toegepast, in het Academisch Centrum voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie “de Bascule” in Amsterdam.

Casus

De moeder van Annette de Vries maakt zich zorgen om haar dochter en meld zich voor een gesprek bij de huisarts. Ze vermoedt dat Annette een ernstig probleem met eten heeft. Zelf wilde Annette niet mee naar het GGZ want er is volgens haar niets aan de hand. Aan de huisarts vertelt Mevrouw de Vries dat Annette al sinds haar achttiende gek met eten doet. Op dit moment is ze 21 jaar oud. Eerst had Mevrouw de Vries niets in de gaten. Annette eet vanaf jongs af aan al weinig, maar de afgelopen tijd is ze toch aanzienlijk vermagerd. Toen Annette 20 was, woog zij nog maar 43 kilo (bij een lengte van 1 meter 74; voorheen woog ze 67) Annette werd ondanks het steeds verder dalende gewicht steeds actiever. Op school deed ze hard haar best en haalde ze de beste cijfers. Ook sportte zij elke dag minimaal 2 uur. Een uur fitness in de sportschool en dan nog hardlopen of buikspieroefeningen in haar eentje. Annette bleef ontkennen dat er iets aan de hand was. Haar handen waren altijd koud en blauw en haar gezicht en rug waren bedekt met een laagje donshaar. Ook menstrueerde ze niet meer. Annette is vaak somber. Vriendinnen komen niet meer bij haar thuis. Ze haat zichzelf en vindt dat ze dik, lelijk en mislukt is. Ze denkt er vaak aan om een eind aan het leven te maken. Na het eten gaat Annette steevast naar het toilet. Haar moeder hoort dan soms braakgeluiden. Toen moeder een keer vroeg of ze soms ziek was, ontkende ze dit en zei dat ze zich niet met haar leven moest bemoeien. Soms kan Annette het lange lijnen niet volhouden. Dan verdwijnen er op eens rollen koekjes en zakken chips uit de kast. Deze eet ze dan stiekem op in haar kamer. Na de tijd voelt ze zich zo schuldig dat er drastische maatregelen volgen. Door te braken, laxeren en overmatig te sporten probeert ze de inname van deze grote hoeveelheid calorieën te beperken.

De eetstoornis

Bij Annette zie je dat er sprake is van een vertekend lichaamsbeeld. Ondanks dat ze graatmager is, vind ze zichzelf veel te dik. Veel cliënt en met een eetstoornis hebben een vertekend lichaamsbeeld. Ze zien zichzelf vaak dikker als dat ze daadwerkelijk zijn. Hierdoor zien ze vaak het nut niet in van een gezond gewicht. Ze verklaren de omgeving voor ‘gek’ of verdraaien de werkelijkheid door reacties van anderen om te buigen. Zij zien immers die vetrollen wel degelijk zitten, hoe kan de omgeving die dan niet zien? Dat kan maar een aantal dingen betekenen. Andere mensen vinden dat je te dik bent, ze zijn er op uit om je vet te mesten of ze zeggen maar wat aardigs om je niet te kwetsen. Zo is de opmerking: “Wat zie je er vandaag goed uit?” vaak negatief voor eetstoorniscliënt en omdat het woord goed, met dik wordt geassocieerd. Met de lichaamshouding probeert men vaak probleemgebieden van het lichaam te maskeren. Er zijn vrouwen die de gehele dag met ingetrokken buik lopen en trachten zo deze te verbergen en anderen zitten altijd met de benen over elkaar omdat de benen dan dunner lijken. De angst om aan te komen is enorm groot. Vaak denken de cliënt en dat ze, als ze maar genoeg afvallen, wel gerespecteerd, gelukkig of serieus genomen worden.

Achterliggende problematieken

De eetstoornis is veelal het symptoom voor een onderliggende problematiek. Ze hebben het ‘nodig’ om te overleven in de huidige situatie of om grip te krijgen op situaties uit het verleden. Het komt bijvoorbeeld vaak voor dat cliënten zich in een ingewikkelde gezinssituatie bevinden waarbij zowel ouder als kind moeite heeft met loslaten. De eetstoornis kan dan fungeren als onuitgesproken vraag naar zorg en aandacht waar de ouder met veel liefde op in gaat. Zo krijgt het kind de zorg dat hij verlangt en de ouder hoeft het kind nog niet los te laten omdat het niet voldoende zelfstandig is. Een ander fenomeen dat je vaak terugziet is dat de cliënt te hoge eisen aan zichzelf stelt. Deze probeert hier op alle mogelijke manieren aan te voldoen. Iets wat vaak niet lukt in diens optiek. Door controle uit te oefenen op hun eetgedrag proberen ze dat te compenseren. Ook worden eetstoornissen vaak ‘ingezet’ om maar niet te hoeven voelen. Bij een ernstig ondergewicht vervlakken de emoties, maar ook door juist veel te eten hoeven ze hier niet bij stil te staan. Dan komen ze in een soort roes. De angst om te voelen is vaak groot, waardoor ze het niet los durven laten omdat ze bijvoorbeeld bang zijn een beerput open te trekken.

Het ontstaan

Veel cliënten met eetstoornissen hebben in het verleden te maken gehad met pesten, lichamelijk geweld, geestelijk geweld of seksueel misbruik. Daarnaast speelt het westerse schoonheidsideaal ook een zekere rol alsook de gezinssituatie van de cliënt. Ongezond lijngedrag van bijvoorbeeld een ouder kan leiden tot ongezond lijngedrag van een kind. Herhaalde, kritische opmerkingen over lichaamsomvang, uiterlijk en gewicht door familieleden, partners, vrienden, klasgenoten, medestudenten of collega’s kunnen aanleiding geven tot onnodig lijngedrag, dat zich weer kan ontwikkelen tot anorexia of BED/Boulimia. Naarmate de persoon die de kritische opmerkingen maakt een belangrijkere rol speelt in iemands leven, zal het schadelijke effect groter zijn. Er is echter bijna nooit één oorzaak aan te wijzen. Meestal is het een samenspel van omstandigheden die er voor zorgen dat een cliënt een eetstoornis ontwikkeld. Hoewel cultureel-maatschappelijke en sociale factoren voor het ontstaan van eetproblemen zeker een rol van betekenis spelen, kunnen ook meer persoonsgebonden factoren van belang zijn. Mensen met anorexia en boulimia zijn over het algemeen kwetsbaar en ze trekken zich meer dan anderen allerlei zaken aan. Ze willen alles erg goed doen, maar slagen hier in hun eigen ogen bijna nooit in. Wanneer vanuit deze onzekerheid conclusies worden getrokken die vervolgens het denken gaan bepalen (’Alleen als ik tien kilo afval, zullen mensen mij aardig vinden’), komen cliënten in een neerwaartse spiraal terecht: al het succes of falen wordt tenslotte in verband gebracht met het lichaamsgewicht. Een vertekend lichaamsbeeld, lage zelfwaardering en extreem perfectionisme zijn dan ook kenmerkend voor cliënten met anorexia en boulimia.

Een kritische blik

Ik vraag me af in hoeverre deze eetcomputer de psychotherapeutische behandeling kan vervangen. De prognose voor cliënten met deze behandeling voor hun eetstoornis lijkt dan wel gunstig, maar in welke mate is deze genezing blijvend. Vele onderzoeken hebben uitgewezen dat een eetstoornis een symptoom is voor onderliggende problematieken en angsten. Is alleen het aanleren van een gezond en normaal eetpatroon dan voldoende om een cliënt geheel te genezen? Ik zet hier mijn vraagtekens bij. Het eetgedrag en gewicht zijn dan mogelijk genormaliseerd, maar als je het probleem mijns inziens niet bij de wortel aanpakt zal het zich alleen maar verplaatsen of het zal zich op een later tijdstip weer opnieuw manifesteren. Zo kende ik bijvoorbeeld een vrouw die met een behoorlijk ondergewicht een behandeling startte. Haar gevoelens waren geheel afgevlakt. Naarmate het gewicht normaliseerde en ze gewoon net als ieder ander mens at, werd ze steeds angstiger en had ze regelmatig last van hevige paniekaanvallen. Andere voorbeelden betreffen een jonge vrouw die na een periode van boulimia een alcoholprobleem ontwikkelde en weer een ander meisje vertoonde na de anorexia dwanghandelingen. Mijn vraag blijft of je iemand kunt genezen door alleen de eetstoornis aan te pakken. De ontwerpers van de mandometer benoemen als pluspunt, dat het werken met deze eetcomputer de cliënt en een gevoel van controle geeft. Enerzijds kan ik mij hier in vinden. Cliënten zijn veelal wantrouwend tegenover de hoeveelheden voedsel die ze moeten eten en het inzetten van een objectief meetinstrument kan met name in het begin van de behandeling het gevoel van vertrouwen en controle geven. Anderzijds ben ik van mening dat juist cliënten met een eetstoornis moeten leren om op zichzelf en anderen te vertrouwen. Ze kunnen niet hun hele leven met de Mandometer blijven eten en zullen ooit de controle los moeten laten. In hoeverre is dit mogelijk zonder de begeleiding van hulpverleners?

Conclusie

Het fenomeen eetstoornis is naar mijn mening zo gecompliceerd dat je deze niet alleen met behulp van de Mandometer kunt behandelen. Wel zou de eetcomputer ingezet kunnen worden bij cliënten die in het begin van de behandeling weinig vertrouwen hebben in de hulpverleners. Later zou dit dan afgebouwd kunnen worden zodat de cliënten zelf weer leren eten. In mijn optiek is de eetstoornis het symptoom voor de onderliggende problematiek. Door alleen het eetgedrag aan de pakken ga je aan deze problemen voorbij, waardoor er een grote kans bestaat dat de eetstoornis zich op een later tijdstip weer opnieuw aandient. Een behandeling voor eetstoornissen zonder op deze problematiek in te gaan is naar mijn mening niet wenselijk. Net als een grassprietje zal deze na het maaien langzaamaan weer boven komen.
© 2008 Ingspiration, gepubliceerd in Mens en Gezondheid (Mijn kijk op...) op 06-07-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Ingspiration is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Handboek eetstoornissen – W. Vandereycken, Utrecht 2002
  • Klinische psychologie I & II – Henk T. van der Molen, Groningen 1997
  • Multidisciplinaire Richtlijn Eetstoornissen 2006 - Landelijk basisprogramma in de GGZ
  • http://www.mandometer.com
  • http://www.sabn.nl

Reageer op het artikel "Therapeut versus computer; hulpverlening bij eetstoornisclië"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.