Psychologie en economie
Toen ik achttien jaar was wilde ik marine-officier worden, dokter, parapsycholoog of astronoom. Erg duidelijk was het allemaal niet. Wegens slechte ogen respectievelijk gebrek aan financiële middelen, werd het hulpje van een hovenier. Na een maand of wat belde een verre neef op met de mededeling dat ik er verstandig aan deed mijn toekomst in de handel te gaan zoeken. Afwisselend werk en goed verdienen. Inderdaad lange dagen bladeren in folianten voor honderdvijfenzeventig gulden per maand en ‘s avonds en op zaterdagmiddag economische vakken studeren. Op zaterdagmorgen werkte je immers, ook op school.De wet van Gossen
Tijdens het eerste college werd de wet van Gossen uitgelegd. Ik herinner me de definitie nog woordelijk: ‘Bij voortgaande bevrediging van één behoefte daalt het nut van ieder toevoegsel’. Economie gaat uit van verkeerde ideeën, vreesde ik op grond van de vele bierdrinkers in mijn omgeving. Inderdaad kregen we later te horen dat allerlei economische modellen niet klopten. Ik vond werk noch studie leuk en stopte na een aantal jaren. Na een letterlijk verademende periode in het verzekeringswezen nam ik ontslag en ging klinische psychologie studeren. Dat werd in zekere zin een tegenvaller. Psychologie gaat over menselijk gedrag in de algemene betekenis van het woord.Economisch gedrag maakt daar deel van uit; oikos verwijst immers naar je doen en laten thuis. Men zou dus verwachten dat economen en beleidsmakers gebruik maken van psychologische kennis. Dat is vrijwel nooit het geval: iets van elkaar leren wordt door de academische hokjesgeest verboden. Het resultaat? Er gaat in het economisch beleid van alles mis en tal van beweringen over ons economisch gedrag zijn onjuist of aanvechtbaar.
Voorbeelden:
Beleggingsfondsen dingen naar de gunst van spaarders met behulp van schitterende folders waarin zij uitleggen op welke unieke wijze de pakketten tot stand komen en hoe mooi het risico is gespreid. Dat werk wordt, naar ik aanneem, voor een groot deel gedaan door van PC’s met turbochips voorziene HEAO-ers. De concurrent heeft dezelfde HEAO-ers in dienst, voorzien van dezelfde chips. Omdat alle beleggingsmaatschappijen over dezelfde informatie beschikken en dezelfde kennis van zaken hebben ingehuurd, mogen we verwachten dat het weinig uitmaakt bij welk fondsje belegt. Dat is inderdaad het geval.
In de Verenigde Staten heeft men hierover een cynisch experiment gedaan. Bezie het rendement van beleggingsfondsen en vergelijk dat met de resultaten die worden behaald door een aap die met pijltjes naar een bord met beursnoteringen mag gooien. Op termijn is er, aldus Consumer Reports, geen verschil. Het kan zelfs nog erger. Onze gigantische beleggingsconcerns hebben enkele jaren geleden negatieve rendementen behaald. Hoe kan dat allemaal? Vanwaar de wijdverbreide misverstanden over deskundigheid? En ook hier komt psychologie om de hoek kijken. Elk jaar weer wordt dit experiment herhaald. Elk jaar weer behaalt de aap rendementen waar beleggers alleen maar kunnen van dromen. Zou het dan niet eenvoudig zijn, om te beleggen in dezelfde zaken als de aap? Winst verzekerd. Toch doet geen enkel beleger dat. Waarom niet? Mensen denken nu eenmaal dat ze zelf het lot kunnen bepalen, ze rekenen al te zeer op de menselijke rede die een aap niet bezit. Beleggers zijn er van overtuigd dat zij en zij alleen bepalen wat er met de beurs gebeurt. En ze zijn hardleers.Waarom?
Mensen en hogere dieren hebben de gewoonte, voortdurend in hun omgeving in te grijpen. Zij doen dat op grond van leerprocessen. Het vermogen tot leren onderscheidt mensen en zoogdieren van lagere wezens, die alleen over starre instincten beschikken. Als regel heeft het manipuleren van de omgeving succes. Op grond van de ervaring dat bepaalde handelingen steeds weer bepaalde consequenties hebben, krijgen wij het idee dat alles in de omgeving structuur heeft en dus begrepen kan worden. Dat verklaart onze hardnekkige pogingen om talloze verschijnselen, met inbegrip van economische fluctuaties, te voorspellen.
Structuur
Goed functionerende gedragsprogramma’s zijn voorts niet verenigbaar met het idee dat er zoiets als ‘toeval’ bestaat. De ‘gamhler’s fallacy’ van Edgar Allan Poe is hiermee verwant: als we met een munt zes keer achter elkaar kruis gooien, verwachten we hij de zevende keer munt, en op de roulettetafel moet na vijf keer rood toch eens zwart verschijnen. Zo zit het toeval niet in elkaar. De mens is echter zé gewend aan orde en voorspelbaarheid dat hij deze in alles zoekt en een structuur oplegt aan het structuurloze, alsmede aan processen die zo ingewikkeld zijn dat hij die nooit zal kunnen begrijpen en voorspellen.Illustratief voor dit gebrek aan samenspraak is ook de zogenaamde theorie van de rationele voorspelling in de economie:
mensen zouden alle informatie die beschikbaar is optimaal benutten. Wel, de besliskunde in de psychologie heeft met behulp van talloze experimenten laten zien dat dit absoluut niet gebeurt. Beslissingen worden doorgaans heel slordig genomen op grond van op een merkwaardige manier geselecteerd materiaal. Dat komt omdat de mens een heel lange geschiedenis heeft waarin snelle beslissingen noodzakelijk waren voor het overleven. Hoewel we tegenwoordig vaak de tijd hebben om lang na te denken, doen we dat hij voorkeur nog steeds niet.
Snelheid impliceert slordigheid in het selecteren van gegevens. Gezien het verschil tussen plannenmakerij en de wetten die ons gedrag besturen, mag men hij het economisch beleid op de ene mislukking na de andere rekenen. Voorspellingen in die richting zijn vaak gedaan, maar bedrijfsleven en overheid hebben alleen belangstelling voor de psychologie als deze iets zegt dat in overeenstemming is met dagelijkse intuïties. De tragiek is echter dat tal van psychologische wetten contra-intuïtief zijn.
Inkomensverdeling
Tot slot een paar opmerkingen over prestatie, beloning, motivatie en het gladstrijken van de inkomensverdeling. Het laatste is ingegeven door het idee dat inkomen en ‘geluk’ hoog correleren. Dat is nauwelijks het geval. De inkomensverdeling is zeer scheef Wij kunnen haar op een andere manier weergeven door op de horizontale as het inkomen uit te zetten en op de verticale as de mate van tevredenheid met de situatie. Een in Leiden uitgevoerde studie heeft laten zien dat op een schaal van één tot tien al vrij snel het waarderingscijfer acht wordt gehaald. Anders gezegd: het maakt niet zoveel uit of iemand een halve ton verdient of een half miljoen.Hoe komt dat? Tevredenheid berust op een norm en die ontlenen we aan mensen die het nét iets beter hebben dan wij. Sociale vergelijking wordt dat genoemd. Omdat iedereen wel iemand kent met een net iets mooiere auto of een langer jacht, hebben de meesten van ons de neiging, te zeggen dat we ‘redelijk kunnen leven’. Gezien dat verschijnsel is het herverdelen van inkomens meer een daad van sociale bewogenheid of ethiek dan van rationaliteit: zelfs ingrijpende maatregelen in dit vlak zullen slechts marginale effecten op het gedrag van mensen hebben. Wij zoeken in het leven doorlopend naar zaken die ons van anderen onderscheiden: in China was dat een poosje het aantal zakken in het uniform. Men begrijpe me overigens goed: ik pleit niet voor ongelijkheid, ik beweer slechts dat gelijkheid veel minder oplost dan men doorgaans denkt.
We moeten ook oppassen met de stelling dat inkomen en prestaties veel met elkaar te maken hebben. Dat misverstand hoor je dagelijks in bedrijven en bij organisatie-adviesbureaus. Mensen willen primair een bepaalde functie vervullen en een bepaalde waardering of erkenning in het bedrijf ervaren. Geld komt op de tweede plaats. Wie een advertentie plaatst voor een assistent-in-opleiding bij een universiteit, mag rekenen op een stuk of tien sollicitanten. Zo’n AIO is afgestudeerd en moet vier jaar werken voor een beginsalaris van ongeveer 850 euro bruto per maand. Dat is minder dan een matroos tweedeklas of een politieagent-in-opleiding verdient, maar de AIO’s stromen binnen. Het salaris van zo’n assistent mag wat mij betreft verdubbeld worden en dat van de hoogleraar gehalveerd, maar daardoor zal de assistent zijn proefschrift niet eerder af hebben en zal de hooggeleerde niet ophouden met publiceren.
Kortom, het economisch beleid kan veel beter functioneren of effectiever zijn als de staatshuishoudkundige zou samenwerken met de psycholoog. Economisch beleid staat of valt met de juistheid van vooronderstellingen over de processen die ons gedrag beheersen. Maar helaas: veel onjuiste ideeën over ons doen en laten zijn niet met Gossen, de fysiocraten en de monetaristen van weleer bijgezet.
© 2008 - 2012 Sophocles, gepubliceerd in Mens en samenleving (Mijn kijk op…) op .
Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Sophocles is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…
Cursus beleggen Veel mensen die gaan beleggen weten niet goed waar ze aan beginnen. Daarom is het aan te raden op een cur…
Economie: economische politiek Economische politiek omvat alle gedragingen van de overheid om bepaalde economische doelei…
Nieuwe beleggingsfondsen op de markt Beleggingsfondsen worden tegenwoordig steeds complexer. Er komen steeds meer wiskund…
Waarom beleggen via beleggingsfondsen? Steeds meer mensen kiezen bij het beleggen voor beleggingsfondsen. Het beleggen vi…
Gerelateerde artikelen
Economie: consumenten / wetten van Gossen Centraal in het economisch handelen staat altijd de behoeftenbevrediging. Deze…Cursus beleggen Veel mensen die gaan beleggen weten niet goed waar ze aan beginnen. Daarom is het aan te raden op een cur…
Economie: economische politiek Economische politiek omvat alle gedragingen van de overheid om bepaalde economische doelei…
Nieuwe beleggingsfondsen op de markt Beleggingsfondsen worden tegenwoordig steeds complexer. Er komen steeds meer wiskund…
Waarom beleggen via beleggingsfondsen? Steeds meer mensen kiezen bij het beleggen voor beleggingsfondsen. Het beleggen vi…
Reageer op het artikel "Psychologie en economie"
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.