Vlaming en Vlaanderen

Een Vlaming in Nederland: Het landschap

"Denkend aan Holland zie ik brede rivieren, traag door oneindig laagland gaan" dichtte Marsman, één van de grootste en verguisde Nederlandse dichters. "Met enkel nog de Noordzee als ongerept gebied, met enkel nog het duin dat stormen weerstand bied" zong Brel over het Vlaamse landschap. Brel, Brusselaar en verguisd icoon die het vlakke Vlaamse land bezong zoals geen ander het ooit gedaan heeft.


Aangeharkt landje achter de dijk.

Nederlanders zijn trots op hun tientallen kilometers lange dijken die als lange molshopen her en der in het landschap verspreid liggen. Trots zijn ze, omdat ze de zee overwonnen hebben, het land drooggelegd en de rivieren in het keurslijf van de door ingenieurs bedachtte bedding hebben gedwongen. Soms brult het ontstuimige noordwestermonster en denkt men hier in het lage land onmiddellijk aan die vermaledijde nacht in 1953 toen de helft van Zeeland onder water liep. Het zou leiden tot het grootste deltawerk, de zee eindelijk getemd. Ik heb het gezien het deltawerk, ongeloofelijk wat het menselijk vernuft vermag. Jammer dat ik als Vlaming meer weet over dit gigantisch bouwwerk dan de gemiddelde Nederlander, die slaat er geen acht meer op. Alleen nog een paar milieufanaten die het liefst dit bouwwerk weer ziet verdwijnen.

Elke Vlaming die hier op de dijken rondfietst denk met heimwee aan de Vlaamse ardennen. Het glooiende landschap tussen Gent en Oudenaarde met dorpjes her en der verspreid. Omdat je daar nooit weet wat er achter de volgende bocht te zien is. Zijn het de glooiende velden van Etikhove of de holle wegen in Schorisse die recht naar Oudenaarde leiden. Hier in Nederland kijk je kilometers voor je uit. Landschapsarchitecten hebben netjes uitgekiend waar de de Olm, de zilverabeel en de kaarsrechte populier geplant mocht worden. Ze hebben bedacht waar ergens een klein eikenbosje mocht worden aangeplant en waar een kleine waterplas ten behoeve van de kikkertjes en de padden gegraven mocht worden. Aan Nederland is niets natuurlijk, het is zo netjes, zo aangheharkt.

De waddeneilanden

Wie op Texel komt, waant zich in een andere wereld, zeker als hij de boot heeft genomen in Den Helder. Havenplaats en pleisterplaats voor de Marine. Hij laat het Noordhollands landschap met zijn rijen kleurige tulpen en narcissen achter zich en landt op een eiland waar de lammeren dartelen in groenige weiden. Weiden achter de duinen en kilometers lang zandstrand waar het altijd waait. Meer dan de helft van het grootste waddeneiland is natuurgebied, wel fietsen en niet met de auto dus. En fietsen met altijd tegenwind is niet leuk, ook al vinden die Hollanders het wel leuk, zeggen ze.

Maar het moet gezegd, de waddeneilanden zijn een zegen voor Nederland. Hier is de natuur nog altijd de baas, hier lukt het de landschapsarchitecten niet om de natuur naar hun hand te zetten. Zee en wind, verleggen de zandbanken, de stromingen veranderen, strand groeit aan en kalft weer af. Achter de duinen plukken eens in het jaar de liefhebbers de granberry en verwerken deze vrucht in jam, confituur zegt de Vlaming. En de eilander, is geen Hollander. Hij voelt zich meer schipper en matroos op het schip van de wadden zee, maar over het volk en zijn geaardheid heb ik het later eens.

De tekentafel

Als Vlaming in Nederland kan ik mij niet van de indruk ontdoen rond te lopen, te rijden en te fietsen in een bedacht land, een land ontsproten aan de tekentafel. Alles is zo recht, zo hoekig, zo bijna af, zo bedacht. Dat zie je ook vanuit de lucht, wegen en rivieren slingeren niet door het landschap maar wijzen kaarsrecht de weg naar de volgende stad of dorp die als kleine of grote puisten naast de snelweg liggen. De bossen en bosjes zijn zonder één enkel uitzondering vierkantig of rechthoekig, nooit zoiets als het Zoniënbos in Brussel dat langs alle kanten zijn tentakels uitslaat. Niets van dit alles, de natuur mag wel groeien maar alleen zoals de Nederlander het voor de natuur bedacht heeft.

Landbouw

Grote boerderijen, meestal in het Friese landschap zijn netjes afgebakende eigendommen. Ook alweer bedacht op de tekentafel en uitvgevoerd in ruilverkavelingsprojecten waar de Vlaamse boer niet goed van zou worden. Soms lijkt het of ouwe sovjetbazen met forse strepen hebben aangegeven waar de tarwe, de aardappelen en de witte en rode kolen mogen groeien. Waar de koeien kunnen grazen en de paarden mogen lopen. Waar de Kievit zijn eieren mag leggen en waar de eend mag kwetteren, de kikkers kunnen paren en de kippen kakelen. Ook de landbouwzones zijn bedacht.

Nederland is een net en aangeharkt landje waar op natuurgebied nooit iets spannends gebeurd. In de natuurgebieden grazen Ierse koeien, lopen Poolse paarden, jagen vossen, hoor je het geluid van de bronstige ree en woelen de everzwijnen de grond om. Al deze dieren zijn er uitgezet door mensen, ook de otters in de beekjes en de bevers in de rivieren. In Nederland is de natuur en het landschap zoals de Nederlander het bedacht heeft, niet zoals God het heeft getekend.
© 2008 - 2009 Sophocles, gepubliceerd in Mens en Samenleving (Mijn kijk op...) op 28-02-2008, laatst gewijzigd op 28-02-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Sophocles is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Een Vlaming in Nederland: Het landschap"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.