Kindertehuis in de jaren 80
Kindertehuizen in de jaren 80 van de 20e eeuw waren er op gericht om kinderen een thuishaven te bieden. Er zaten kinderen die er tijdelijk verbleven, maar ook kinderen die er soms al hun hele leven zaten. Een kindertehuis in Maastricht en hoe een meisje van twaalf jaar zich daar voelde.Maastricht
Op de kommel in Maastricht lag het kindertehuis dat geleid werd door de zusters onder de bogen. Deze zusters hadden en hebben nog steeds zeer veel gebouwen, een gedeelte hiervan, met de ingang op de kommel, werd in de jaren 80 gebruikt als kindertehuis. Tot 1990 heeft dit kindertehuis bestaan. In eerste instantie was het alleen voor meisjes bedoeld, later werden er ook jongens geplaatst.jaren '80
Een deel van je leven doorbrengen in een kindertehuis, is een aparte ervaring. Eentje die je eigenlijk niet mee wil maken, maar soms noodgedwongen toch moet. Zo kwam ik in de jaren '80 in bovenstaand kindertehuis terecht. Ik had al gelijk veel ontzag voor de Zusters, omdat ze zeer streng konden zijn. De leidsters, een voor elke groep, waren erg lief voor de kinderen. Het tehuis bestond uit twee leefgroepen, en ons gezin werd in tweeën gedeeld. Iedere leefgroep had zijn eigen woon-en eetkamer, toiletten en zijn eigen slaapzaal. Ja, slaapzaal, want van privacy was geen sprake. Alleen de meisjes vanaf 14 jaar mochten een eigen kamertje hebben.Eten
Het eten was soms wel lekker, maar de toetjes vaak echt afschuwelijk. Wanneer er griesmeelpudding op het menu stond, dan zorgde ik er altijd voor dat ik naar de keuken mocht om het toetje te gaan halen. De keuken vond ik sowieso machtig en prachtig: zo groot had ik een keuken nog nooit gezien! maar in de keuken kon ik de dikke kokkin vaak ervan overtuigen dat ik buikpijn had, zodat ze voor mij geen griesmeelpudding meegaf. Griesmeelpudding...ik ril er nu nog van!Ontbijt gebeurde in de woon-en eetkamer van de jongsten. Eenmaal kreeg ik toch een vreselijke smaak in de mond van het brood. Het smaakte naar as. Maar ik moest het doorslikken. Eenmaal op school bekeek ik mijn meegebrachte boterhammen, en er leek wel een grijze laag overheen te zitten. Een andere keer groeiden er haren op mijn brood. Ik heb soms met honger op school rondgelopen. Gelukkig hadden mijn vriendinnen op school dan wel een boterhammetje over voor mij.
De zusters hadden een grote keuken ter beschikking, waar werd gekookt voor het kindertehuis, maar ook voor eigen gebruik. De zusters aten gezamenlijk in het ernaast gelegen gebouw, waar ze ook woonden. Iedere zuster had er haar eigen taak, dat bestond uit koken, administratie, pr, onderhoud aan tuin en gebouw etc. Er waren altijd minstens drie zusters in het kindertehuis aanwezig.
De telefooncel
Bellen deed je vanuit een telefooncel. Deze stond niet buiten, maar binnen in het gebouw, in de hal. Ik belde vaak naar mijn moeder, ik vond het heerlijk om haar stem te horen. Post versturen ging via het kantoor, waar je je post af moest geven. Ook voor zakgeld kon je daar terecht. Helaas moest je wel alles verantwoorden. Zo vroeg ik eens eenmaal om zakgeld, om een mooie roze tas te kunnen kopen. Deze tas kostte vijf gulden. Het heeft uiteindelijk twee weken geduurd voordat ik toestemming kreeg en mijn vijf gulden mee kreeg. Ik moest na aankoop ook op kantoor komen laten zien wat ik gekocht had. Daarna heb ik nooit meer om zakgeld gevraagd. Bij het verlaten van het kindertehuis zouden we het overgebleven zakgeld mee naar huis krijgen. Wonderbaarlijk genoeg was al mij zakgeld opgeraakt. En dat door die tas van vijf gulden.Gastvrijheid stond centraal in het kindertehuis: een vriendje meenemen mocht, maar wel binnen strikte tijden. Bezoekers waren altijd welkom. Ook oud-bewoners mochten een kijkje komen nemen. Voor de buitenwereld leek het kindertehuis een vriendelijk onderkomen. Voor de bewoners was dit gevoelsmatig vaak anders, maar de zusters deden hun best open te staan voor het publiek.
Post kreeg ik eenmaal. Een ansichtkaart van mijn moeder. Ik was er heel blij mee, want het was de enige kaart die ik ontving van haar. Later hoorde ik dat ze naar mij en naar mijn zussen en broers vaker een kaart heeft verstuurd, maar deze zijn nooit aangekomen. De ansichtkaart van mijn moeder had een afbeelding met poezen erop. Ze had op de achterkant geschreven: voor jou, omdat je zo van poezen houdt. Klein detail was het feit dat ik helemaal niet van poezen hield, maar mijn jonger zusje wel. Mijn moeder had zich vergist. maar ik miste mijn moeder zo erg, en ik hield zoveel van haar, dat ik vanaf die dag ook van poezen hield.
Heden
Tegenwoordig zijn de meeste zusters hoogbejaard, de jongere Zusters verzorgen de oudere. Nog maar weinig Zusters hebben taken buitenshuis of voor de samenleving. Toch hebben ze in het verleden veel sociaal werk verricht. Zo huisvestten er een school, een kindertehuis, een verzorgingshuis, opvang van vluchtelingen, etc. Ze behoren tot de congregatie Liefdezusters van de Heilige Carolus Borromeus. Dit is een internationale gemeenschap van religieuze vrouwen. Deze vrouwen werken en leven ook in verschillende werelddelen: Afrika, Azië, Europa en Noord-Amerika.Gerelateerde artikelen
Toerisme - Jeruzalem IX: Ein Kerem Ein Kerem biedt bezoekers landelijke omgeving, geterrasseerde landbouw, boomgaarden, m…Vrijgezellendag: Maastricht Wanneer je beste vriend of vriendin gaat trouwen hoort daar natuurlijk het welbekende vrijgez…
Universiteit van Maastricht De Universiteit ligt een beetje in de uithoek van het land en is daardoor iets minder bekend,…
Zusterliefde, een eeuwigdurende band Ze zijn beste vriendinnen of eeuwige vijanden en vaak dat ook beiden tegelijk. Een h…
Weekendje Maastricht Een weekendje weg hoeft niet altijd in het buitenland te zijn. Je kunt ook heel leuk een weekendje w…
Reageer op het artikel "Kindertehuis in de jaren 80"
Reactie
Nancy van de Laarschot, 03-10-2011 21:27 #1
Heel soms moet ik ook aan de Kommel denken… Ik heb hier ook in de jaren 80, met mijn broertje gewoond. Mijn herinneringen zijn anders, misschien omdat ik toen jonger was. Mijn herinneringen zijn het kastje dat je toegewezen kreeg, voor je eigen spulletjes. Het zakje chips in de televisiekamer, het leren breien van de zusters. Het bolletje ijs op zondag. Het smurfenkamp. De hele lange, donkere gangen. De geur van de zeep bij de wasbakken. Ook inderdaad die hele grote keuken, met een bepaalde soepgeur… Maar ook even dat heel erg gelukkig zijn, toen ik mee op weekend mocht bij een zuster thuis. Daar was het zó fijn! Maar ook het naarde kerk gaan op zondag, dit vond ik afschuwelijk. De slaapzaal met alle bedden in een kring en een nachtzuster op de gang. Ik kan me niet alles, en zeker niet iedereen herinneren, de namen van alle zusters ben ik kwijt. Ik weet dat ik veel speelde met Claudia. Heel leuk om nog eens over deze tijd te lezen… Groetjes, Nancy.
Reactie infoteur, 04-10-2011
Hallo Nancy,
Wat leuk dat je toch nog een aantal factoren herkend. Het smurfenkamp is mij onbekend. De lange donkere gangen en die grote keuken zijn erg typerend en blijven ook lang in je herinnering hangen.