Bewijs voor evolutietheorie?
De evolutietheorie wordt door velen als bewezen geacht, maar het tegendeel is waar. In de evolutietheorie zijn er zeker elementen die bewezen zijn, maar de evolutietheorie als zodanig is nog lang niet bewezen. Wanneer wij de bewijzen van de evolutietheorie nagaan, blijkt er nog veel niet bewezen te zijn. Mischien kan men bewijzen dat er binnen een soort variaties kunnen ontstaan, maar daarmee bewijs je niet het evolueren tot nieuwe soorten. Daarom ook de vele verschillen in de evolutietheoriën.Enkele visies over het ontstaan van de wereld
InleidingAl sinds mensenheugenis heeft de mens zich allerlei vragen gesteld en dat is logisch: de mens is immers een wezen dat kan denken. De mens wil van nature alles weten en onderzoeken, om zo kennis te vergaren. Zo zijn ook de wetenschappen ontstaan. De denkende mens, die zich allerlei vragen stelt, heeft ook de vraag naar zijn eigen ontstaan en het ontstaan van de wereld gesteld. Hierover zijn er sinds de eerste mensen vast en zeker vele verklaringen geweest. Maar hoe het ook zij, één ding is duidelijk: de mens is er, de wereld ook en dat moet een oorzaak hebben.
Het Scheppingsverhaal
De Bijbel beschrijft in het boek Genesis het ontstaan van hemel en aarde, van de natuur en van de mens. De wereld wordt hier door God geschapen in zeven dagen. Nu is dit boek geen geschiedenis-boek en is zo ook niet bedoeld. De wereld als geschapen te verwerpen, omdat deze niet geschapen zou zijn in zeven dagen, is dus te voorbarig. Hoewel niet valt te ontkennen dat er mensen zijn die het Bijbelse scheppingsverhaal zo lezen. Maar als men zo het boek genesis en andere boeken uit de Schrift leest, komt men voor allerlei problemen te staan die indruisen tegen het menselijke verstand. “Hoewel sommigen de verleiding niet kunnen weerstaan om het Bijbelse scheppingsverhaal te toetsen op zijn (natuur)wetenschappelijke houdbaarheid, is de tekst daar niet voor bedoeld. De Bijbel kan noch dienen om God als Schepper wetenschappelijk te bewijzen, noch om Zijn rol in de schepping weg te schrijven. Dat God niet zou bestaan omdat wetenschappelijk vaststaat dat de aarde niet in zes dagen is ontstaan, is hetzelfde als een ‘vlinders in de buik’ –gevoel als fysiologische impertinentie van de hand te wijzen.” (2)
“Toen boetseerde Jahwe God de mens uit stof, van de aarde genomen, en Hij blies hem de levensadem in de neus: zo werd de mens een levend wezen.” (Gen. 2,7) Deze vers moeten we niet zo verstaan, dat God aan het boetseren is met aardse materie en Zijn adem inblaast door de neusgaten van zijn geboetseerde creatie. Toch zegt deze vers duidelijk iets over de mens. De mens bestaat uit materie (lichaam) en ziel (levensadem) die door God geschonken wordt en dat de mens een levend wezen is door de ziel.
Hetzelfde geldt ook voor het volgende citaat. We moeten God niet zien, als iemand die met draden de menselijke persoon aan het vlechten is.
Trouwens leert de Katholieke Kerk dat God nog steeds schept. Hij schenkt immers ‘het zijn’ aan de dingen: God schept ons op elk moment. Zou God ophouden mij ‘te denken’ (lees scheppen) dan zou ik ophouden met bestaan en in het niet terugvallen.
Ook Maakt God gebruik van tussenoorzaken. Zo zijn de ouders ‘medescheppers’ van hun kinderen.
De wereld is eeuwig
Het is duidelijk dat onze planeet en ons zonnestelsel zelf niet eeuwig zijn. Zij hebben een begin en zullen ook een einde kennen. Nu is het ook zo, dat alle dingen in de ruimte voortdurend veranderen. Een wet zegt ons: “Wat kan veranderen, kan ook vergaan.” Het besluit is dus dat alle dingen in de ruimte kunnen vergaan, maar vergaan is niets anders dan overgaan in iets anders. Het besluit zou dus zijn, dat er altijd al iets geweest is: een eeuwige cyclus van ontstaan en vergaan dat nooit een begin heeft gehad en nooit einde zal kennen.
Ook de wet van “behoud van energie” laat ons hetzelfde vermoeden. De wet luidt: “Energie kan niet worden bijgewonnen en kan niet verloren gaan, maar kan alleen omgezet worden.” Kortom, energie is er altijd al geweest en zal er altijd zijn.
Ook in de scheikunde schijnt er een wet te zijn die het volgende zegt: “Voor de reactie zijn er evenveel deeltjes als na de reactie.” Wat die wet wil zeggen, ben ik vergeten, maar een ding is wel duidelijk: er gaan geen deeltjes verloren en er worden geen deeltjes bijgewonnen. Kortom, er zijn altijd deeltjes geweest en er zullen altijd deeltjes zijn.
Men kan dus door de logica geholpen tot het besluit komen, dat de wereld eeuwig is. De wereld is nooit ontstaan en zal nooit eindigen. Zij is onderhevig aan een oneindige cyclus van verandering, van ontstaan en vergaan.
Veel moeilijker wordt het om de intelligentie te verklaren. Die kan immers nooit de vrucht van materiële gebeurtenissen zijn. Men zou moeten zeggen, dat er altijd intelligentie zou moeten zijn geweest.
De wereld als gevolg van een hogere oorzaak
De wereld kan dus, volgens onze menselijk rede, eeuwig zijn. Er is echter nog een ander logische verklaring mogelijk. Het vertrekpunt van de tweede mogelijkheid is de wet:
Een simplistisch voorbeeld: Een hoopje stof kan nooit uit zichzelf een levende mens worden. Stof bezit geen leven en heeft geen intelligentie, maar de levende mens, die trouwens veel hoger staat dan een hoopje stof, kan zijn lichaam zien terugvallen in een hoopje stof. Het menselijk lichaam kan trouwens ook versteend raken. Dan wordt de mens dus een steen, maar die steen kan nooit meer zelf uitgroeien tot levende mens met gevoel, zintuigen, denkvermogen etc…
Als we besluiten dat er altijd energie, chemische elementen en intelligentie is geweest (zoals we hebben gezien), dan kunnen we eruit concluderen dat de wereld eeuwig is. De net genoemde wet ‘het lagere ontstaat uit het hogere” biedt nog een andere logische weg aan: het kan zijn dat de intelligentie, de energie en de chemische elementen zijn ontstaan uit iets hogers. Zo zou de energie die wij kennen, uit bijvoorbeeld een hogere vorm van energie (misschien wel geestelijke energie) zijn ontstaan, de chemische elementen uit iets dat de chemische elementen overstijgt en de intelligentie uit een intellect dat al de wereldse intelligentie overstijgt.
Besluit
Er zijn dus twee filosofische mogelijkheden voor het ontstaan van de wereld:
- De wereld heeft altijd bestaan, hoewel ze eindeloos onderworpen is aan de verandering. Deze cyclus van verandering is nooit begonnen en zal nooit zal ophouden.
- Er is een hogere oorzaak, die al het wereldse overstijgt.
Een mogelijke verklaring over het ontstaan van de wereld volgens de evolutietheorie
Hoewel dit thema buiten de evolutietheorie zelf valt, zijn er vanuit het evolutiedenken verschillende visies opgekomen over het ontstaan van al het bestaande. De theorie waar men uitgaat van een oerknal is hier vrij populair.
Misschien doet de theorie zelf geen uitspraken over het ontstaan van de eerste levende cel. Het ontstaan ervan is een noodzakelijk gevolg die men moet aannemen. Aan het begin van de evolutionaire boom bevindt zich het eerste levende substantie, waaruit al het aardse leven zich uiteindelijk heeft ontwikkeld. Ook Darwin heeft over het ontstaan van dit eerste leventje nagedacht, maar het onderwerp was nog te moeilijk voor hem. Als Hij dit wel had verklaard, was het hoogstwaarschijnlijk wel onderdeel van de theorie geworden. Het is een onderwerp die de evolutieaanhangers bezighoudt en menigmaal wordt dan ook gesproken over een oersoep, waarin dit eerste leventje ontstond. De theorie over het ontstaan van dit eerste levend wezentje is dan misschien weer een andere theorie, maar sluit haarfijn aan op de evolutietheorie en is erop gericht de evolutietheorie te verklaren of te bevestigen
Een mogelijk verklaring wat betreft het ontstaan van de wereld, luidt dan bijvoorbeeld als volgt:
Heel lang geleden leefde er in de wereld niets, er was zelfs geen wereld. Het enige dat er was, was de oerknal. De oerknal betekende de geboorte van ons universum. Langzaam maar zeker werden er sterren gevormd uit de deeltjes van deze zogenaamde oerknal. Naar alle waarschijnlijk hebben zich in deze sterren nieuwe chemische elementen ontwikkeld, die later de bouwstenen zijn geworden van alle aardse materie. Deze chemische elementen zouden met elkaar hebben gereageerd, zodat er op een of andere manier planeten en zonnestelsels zijn ontstaan. De aarde aan het begin was ‘woest en leeg’, het was een gesmolten massa materie in een bolvorm. Zo zag de Aarde er miljarden jaren geleden uit. De Aarde koelde af en werd moeder van het eerste levende wezentje: een eencellig wezentje, dat de oorsprong werd van al het leven op Aarde. Dit levende celletje zou dus onze eerste voorouder zijn. Dit celletje is ontstaan uit een soort ‘oersoep’ waarin, door de juiste omstandigheden, de juiste materialen met elkaar reageerden en zo een levende substantie vormden . Door ‘toeval en natuurlijke selectie’ zouden, door een voortdurende evolutie, wij in de 20ste eeuw ter wereld komen.
Enkele elementen van de evolutietheorie
De pijlers van de evolutietheorie: mutatie, voortplanting, natuurlijke selectieHeel belangrijk in de evolutietheorie is de natuurlijke selectie. Op een natuurlijke wijze vindt er een selectieprocedure plaats, waardoor op natuurlijke wijze de beste aangepaste dieren in leven blijven en op hun beurt hun goede eigenschappen aan hun nakomelingen doorgeven. Misschien dat enkele van deze nakomelingen, door een eventuele toevallige mutaties in het DNA of waardoor dan ook, iets beter aangepast zijn dan hun ouders of hun broertjes en zusjes. Deze beter aangepaste dieren zouden beter in staat zijn om te overleven en zouden dus normaliter voor een grotere aanwas zorgen. En hierbij zouden ze weer hun eigenschappen kunnen overerven….
Hier zien we het proces in verschillende stappen. Als voorbeeld de koolmees. In het voorbeeld (cursief gedrukt) neem ik maar per gok aan dat een koolmees met een langere snavel beter insecten vangt dan het koolmeesje met het iets kortere snavel. Of dat werkelijk zo is, weet ik niet. Ik ben immers geen bioloog, maar als illustratief voorbeeld is het uitstekend.
- In de natuur zien we dat er meer dieren worden geboren, dan er ouders zijn. Zo krijgt bijvoorbeeld een koolmeesouderpaar vijf kleintjes en dat misschien wel twee keer per jaar en dat verschillende jaren lang.
- Het aantal dieren binnen een populatie blijft in het algemeen vrijwel constant. Anders zouden wij nu overdonderd worden door miljarden koolmeesjes.
- Het is zo dat er in de natuur een groot deel van de dieren sterft. Nu blijven die dieren in leven die de beste eigenschappen hebben. Heeft een koolmeesje per toeval een langer snaveltje dan een andere koolmeesje, dan is het daardoor misschien wel beter in staat om voedsel te verzamelen en is de kans dat dit koolmeesje het overleeft groter dan bij het koolmeesje met het iets kortere snaveltje.
- De dieren die het best aangepast zijn aan hun leefomgeving, blijven in leven en krijgen dus ook de meeste nakomelingen. Zo zal het koolmeesje met het korte snaveltje in tijden van insektenschaarste sterven. Het koolmeesje met de iets langere snavel overleeft en plant zicht voort.
- Levende wezens geven bepaalde eigenschappen, zoals de lengte van de snavel of de kleur van de ogen, door aan hun nakomelingen. Hierdoor zou er na een lange tijd een bepaalde eigenschap steeds meer voorkomen binnen een soort. Zo zouden er steeds meer koolmeesjes geboren worden met een langere snavel. Zo zou de soort zich verbeteren en dit noemen we evolutie. En als het proces lang genoeg duurt, kan het koolmeesje evolueren tot een nieuwe soort.
Het ontbreken van het nodige bewijsmateriaal
De gevonden tussenvormen van de mensVoor velen is het gewoon duidelijk dat de mens voorgangers heeft. Soms ziet men van die plaatjes waar de mens evolueerde van een wezen dat op een chimpansee lijkt tot een wezen dat steeds meer rechtop loopt. Er zouden in de bodem van onze dierbare planeet allerlei bewijzen zijn gevonden voor het bestaan hebben van deze tussenvormen van de mens. Er zijn al heel wat wezens gevonden, die als belangrijke tussenschakels gezien werden van een dier dat op weg was om mens te worden. Ze werden ook als zodanig gepresenteerd. Maar steeds opnieuw bleek dat men zich heeft vergist, zoals ook onderstaand schema laat zien (3):
Neandertal man (Neanderthaler): werd traditioneel afgeschilderd als een voorovergebogen aapmens. Het is nu alom geaccepteerd dat deze houding veroorzaakt werd door een ziekte en dat Neandertal man gewoon een variant van de mens is.
Homo erectus: kwam in de hele wereld voor. Hij is kleiner dan de gemiddelde mens van onze tijd, met een proportioneel kleiner hoofd en hersenafmeting. Maar de hersengrootte is binnen het bereik van de moderne mens en studies van het middenoor hebben aangetoond dat hij dezelfde was als de huidige Homo Sapiens (wij).
Australopithecus africanus en Peking man: werden een tijdlang gepresenteerd als ontbrekende aap-mens schakels, maar worden nu beiden beschouwd als homo erectus.
Australopithecus afarensis oftewel ‘Lucy’: studies van het inwendige oor, schedel en botten hebben aangetoond dat het hier zou slechts zou gaan om een pigmee-chimpansee die een beetje meer rechtop liep dan sommige andere apen. Zij was niet op weg om mens te worden.
Homo Habilis: wordt in het algemeen beschouwd als een samenstelling van delen van verschillende andere typen wezens, zoals de Austropithecus en Homo erectus, en wordt in het algemeen niet beschouwd als een geldige classificatie.
Ramapithecus: werd gezien als de directe voorouder van de mens. Inmiddels staat vast dat hij slechts een uitgestorven soort orang-oetan is.
Piltdown man werd in de publicaties meer dan 40 jaar lang opgehemeld als de ontbrekende schakel. Maar hij is een vervalsing gebleken, gebaseerd op een menselijke schedel en de kaak van een orang-oetan.
Nebraska man was een vervalsing gebaseerd op een enkele tand van een zeldzaam soort varken.
Java man was gebaseerd op wazig bewijs van een dijbeen, een schedelpan en drie tanden die verspreid over een groot gebied werden gevonden over een tijdsperiode van een jaar. Het is nu gebleken dat de botten gevonden zijn in een gebied met vele menselijke resten. Het dijbeen wordt nu als menselijk beschouwd terwijl de hersenpan wordt beschouwd als afkomstig van een grote aap.
Het bewijs van overige fossielen vondsten
Heel lang geleden, toen ik nog een broekie was, verzamelde ik allerlei bijzondere stenen. Er zaten tal van fossielen bij, die ik later allemaal heb weggesmeten. Misschien had ik ze beter kunnen onderzoeken, dan was ik misschien wel miljardair geworden. Zou ik namelijk tussen al die fossielen er een gevonden hebben die de evolutietheorie kon bewijzen, dan zat ik nu lekker te genieten van de heerlijkste champagne aan het zwembad van een van mijn enorme villa’s in een zonnig land, want zo’n fossiel is nog nooit gevonden:
N. Heribert Nilsson, botanist, evolutionist en professor aan de Lund University in Zweden: “Mijn pogingen om evolutie experimenteel aan te tonen, uitgevoerd over meer dan 40 jaar, zijn compleet mislukt…Het fossiele materiaal is nu zo compleet dat het onmogelijk is om nieuwe klassen te creëren, en het gebrek aan overgangsreeksen kan niet verklaard worden als een gevolg van schaarsheid aan het materiaal. De ontbrekende gaten zijn werkelijkheid, zij zullen nooit ingevuld worden.” (4)
“Onze musea bevatten honderden miljoenen fossielen (waarvan 40 miljoen alleen al in het Smithsonian Natural History Museum). Als Darwins Theorie waar zou zijn, dan zouden we op zijn minst tientallen miljoenen onbetwistbare overgangsvormen moeten zien. We zien er geen enkele. Zelfs wijlen Stephen Jay Gould, professor geologie en paleontologie aan Harvard University en vooraanstaand woordvoerder van de evolutietheorie tot aan zijn recent overlijden, bekende dat “de extreme zeldzaamheid in het fossielenbestand stand houdt als het beroepsgeheim van de paleontologie.” (5) ” (6)
“Het fossielen-onderzoek wijst er dus op dat er géén sprake is geweest van een zeer geleidelijke evolutionaire ontwikkeling van de soorten, zoals die volgens de neondarwinisten zou hebben plaatsgevonden.” (7)
“De giraf zou zijn ontstaan omdat een diersoort bladeren van bomen ging eten waar andere dieren niet bij konden. Van deze soort zou de nek steeds langer geworden zijn omdat de dieren met de langste nek het meeste voedsel kregen en beter overleefden. Deze dieren kregen meer nakomelingen en zo werden de nekken van de giraffen steeds langer, aldus de neodarwinistische verklaring voor het bestaan van de giraf als soort. Dat het niet zo gegaan is weet men echter met toenemende zekerheid, omdat er geen fossielen zijn gevonden van girafachtige dieren met verschillende nek-lengtes.” (8)
“Volgens Darwins theorie zou het fossielenbestand vooral uit overgangsvormen moeten bestaan omdat er voortdurend verandering plaatsvindt. In feite stelde men echter vast dat onder de fossielen tussenvormen tussen de diersoorten bijna geheel ontbreken. Tenslotte blijken verworven eigenschappen niet erfelijk te zijn.” (9)
Het vreemde echter is dat fossielen ‘de bewijzen’ zijn van de evolutietheorie, maar de fossielen bewijzen juist helemaal niets. Wat zeggen de fossielen wel? Dieren sterven uit zoals ze gekomen zijn. Dieren vertonen geen wezenlijke veranderingen vanaf hun ontstaan tot aan hun eventuele uitsterven toe. Ze verschijnen in het fossielenbestand zichtbaar ongeveer hetzelfde als wanneer ze verdwijnen. (10)
Het ontstaan van het leven
Hoera, het mysterie van het leven is opgelost. Het leven is gewoon ontstaan uit een ‘oersoep’ waarin door toevallige omstandigheden uit de materie een levend wezentje te voorschijn kwam.
Helaas was deze vreugde gebaseerd op een verkeerd inzicht, want een wet zegt:
“Een eerste vraag is of zulk een evolutie van lagere naar hogere soorten mogelijk geacht moet worden. Met hogere soorten bedoelen we organismen die een hogere vorm van organisatie vertonen en die meer vermogens hebben dan andere levende wezens. (b.v. kenvermogens, een meer ontwikkeld zenuwstelsel, het vermogen om zicht te verplaatsen, enz.). Overal waar nieuwe volmaaktheid gevonden wordt, moet hiervoor een oorzaak zijn, want van niets komt niets…” (11)
Misschien klink het allemaal zo ingewikkeld, maar wat bedoeld wordt is dat uit gesteente, een oersoep, het juiste zonlicht, water, mineralen, eiwitten nooit leven en intelligentie kan ontstaan en dat uit het soort dier nooit het soort mens zou kunnen ontstaan. En dat staat filosofisch gewoonweg vast en is onweerlegbaar. Maar goed, nu enkele prachtcitaten van een iets mindere filosofische strekking:
Evolutionaire wetenschappers zelf begonnen de kans te onderzoeken dat een zelfstandig levend, eencellig organisme kon ontstaan door een toevallige combinatie van de bouwstenen voor leven. Harold Morowitz, een gerespecteerd fysicus van Yale University verklaarde dat de kans voor een spontane generatie van welke aard dan ook 1 op 10^100.000.000.000 was. (12)
Francis Crick, een atheïst en mede-ontdekker van de DNA-structuur in 1953, noemt leven “bijna een mirakel”, en hij zegt verder: “zo veel voorwaarden zijn er die vervuld moeten zijn om het te laten beginnen.” (13)
“Men hoeft slechts de omvang van deze taak de overdenken om toe te geven dat de spontane generatie van leven onmogelijk is. Maar toch, hier zijn we, naar ik geloof, als een resultaat van spontane generatie” (14)
Verschillen mens en dier: het geestelijke aspect van de mens
Heden is het populair om de grenzen tussen mens en dier weg te poetsen of te laten vervagen. De overeenkomsten tussen mens en dier tonen aan dat de mens ook maar een dier is. De verschillen doen hier, zo denkt men, helemaal niets aan af. Er is slechts een gradueel verschil tussen mens en dier. Wanneer de grenzen tussen mens en dier slechts gradueel verschillen, heeft de mens geen bijzondere plaats in de natuur en zoekt men tevergeefs naar een grondslag van ethiek, religie en kunst.De mens is in zekere zin een dier en daarom dat er ook vele overeenkomsten zijn, maar er is meer. De mens kan allerlei activiteiten verrichten die vreemd zijn in de dierenwereld en al deze activiteiten (waarvan ik beneden er enkele heb beschreven) kunnen teruggevoerd worden op het hoofdverschil: de aanwezigheid van het verstand. Het hoofdverschil tussen mens en dier is het verstand, het denken. Een mens wordt dan ook ‘animale rationale’ genoemd.
De verschillen tussen mens en dier zijn zo groot en van dien aard, dat wij ze niet kunnen verklaren door een evolutionair proces.
Ik zal een voorbeeld noemen en dat is gewoon de spraak alleen al:
“Met menselijke taal bedoelen we echter het gebruik van zinnen, algemene woorden, die op een groot aantal individuele dingen toegepast worden, en het doen van uitspraken, die zuiver objectief kunnen zijn (b.v. de zon is warmer dan gisteren): spraak is het vermogen gedachten weer te geven met behulp van stemgeluiden en onder taal verstaan we een georganiseerd systeem van spraak.” [1] “Alleen de mens gebruikt woorden als symbolen en doet uitspraken.” [15]
Het is overigens wel duidelijk dat dieren gegevens kunnen uitwisselen met elkaar en hiervoor gebruik maken van geluiden of gebaren. Ze gebruiken echter geen zinnen met onderwerp, werkwoord en voorwerp. [16]
“Voor de geleerden die een evolutionistische verklaring van de mens voorstaan, is de vraag naar de oorsprong van de taal een groot probleem. Ontstond de taal plotseling, door een goed gerichte mutatie, of is ze het resultaat van een reeks van mutaties en aanpassingen? Ontwikkelde de taal zich uit een gebarenspel van de hand, waarbij dan later tongbewegingen (vergezeld van vocalisatie) de gestes gingen vervangen? Andere onderzoekers suggereren dat instinctieve kreten en geluiden langzamerhand onder controle werden gebracht. Weer anderen menen dat de spraak ontstond de intelligentie een bepaald kritisch niveau had bereikt. De grote vraag is dan echter waarom andere diersoorten de toch zeer nuttige taal niet bereikten. Overigens heeft men nergens een taal gevonden die als primitief tussenstadium tussen communicatie van dieren en de meer volmaakte taalvormen beschouwd zou kunnen worden.” [17]
Ook het ontstaan van taal is dus een gat in de evolutietheorie. Ook deze leegte wordt ingevuld door allerlei theorieën, zonder echte bewijzen. En zo kunnen we wel doorgaan over nog veel meer zaken. Kortom, de evolutietheorie is één grote gatenkaas. Enkele andere verschillen tussen mens en dier zijn o.a.:
- religie (bidden, gebruik symbolen, vereren goden, etc…)
- ethiek: dieren hebben geen zedelijke verantwoordelijkheid.
- rechtssysteem
- dichtkunst
- kunst
- ontwerpen ideologieën
- ontwikkelen verschillende taalsystemen
- temmen van dieren
- geschiedenis beoefenen
- filosofie
- wiskunde
- andere wetenschappen
- beloftes maken (bijv. huwelijksbelofte)
- in vrijheid handelen.
- kiezen en besluiten nemen en een doel (bijv. levensdoel) zelf bepalen.
- nadenken over de toekomst (bijv. over het hiernamaals).
- enz…
Deze verschillen moeten een hogere oorzaak hebben, want ze zijn niet te verklaren door enkele verschillen in het DNA. Voor geestelijke activiteiten heb je iets nodig dat de materie overstijgt, want geestelijke activiteiten zelf al overstijgen de materie. Kortom, de geestelijke activiteiten van de mens vinden niet hun laatste oorzaak in een evolutie, zoals die ons heden ten dage als bewezen voorgespiegeld wordt.
Nooit heeft de evolutie bewezen dat dergelijke geestelijke activiteiten voortgekomen zijn uit een evolutie vanuit een of ander dier. Men neemt een dergelijke evolutie aan, zonder met echte bewijzen te komen
Enkele waarheden in de theorie
Net zoals zo veel theorieën kunnen we in de evolutietheorie ook waardevolle inzichten halen, die in overeenstemming zijn met de waarheid. Er is geen dwaling nog zo groot of er zal wel iets in gevonden kunnen worden, dat overeenstemt met de waarheid.Natuurlijke selectie
De evolutietheorie leert dat de natuur de betere aangepaste dieren selecteert. Dieren die niet aangepast zijn aan hun omgeving, zullen veel moeilijkheden ondervinden om in leven te blijven en zich voort te planten. De papegaai die per toeval op de Noorpool terechtkomt, zal sterven, omdat het niet is aangepast aan de omgeving. Alleen dieren die aangepast zijn aan de situatie op de Noordpool kunnen hier overleven. Zal het klimaat op de Noorpool veranderen, dan zullen misschien ook andere dieren hier kunnen overleven. Anderen zullen dan misschien weer op hun beurt op de Noordpool uitsterven.
Zo blijven dus de best aangepaste dieren in leven en kunnen zich voortplanten. Dieren die niet aangepast zijn, zullen het helaas niet halen.
Mutatie
De evolutietheorie leert, dat door een mutatie in de genetische code een verandering optreedt in plant, mens of dier. De genetische code bepaalt of een dier grote oren of kleine oren krijgt of dat een bloem paars of rood wordt. Verandert deze code, dan heeft dit invloed op het dier of op de bloem. Ook dat is waar.
De vraag is: kan door een toevallige genetische verandering een wezen ontstaan dat van een hogere orde is dan de ouders? Nee, is het antwoord van de wetenschap. Veranderingen ontstaan juist door het ontbreken van bepaalde gegevens in de code. Ontbreken van materiaal/gegevens leidt niet tot hogere soorten.
Wanneer je twee bloemen met elkaar kruist, krijg je misschien een nieuwe bloem, maar je krijgt nooit of te nimmer een dier. Men kan dieren zoveel kruisen als men wil, nooit kan het gevolg een mens, geest of een intelligent ruimtewezen zijn.
Soorten kunnen veel op elkaar lijken
De evolutietheorie leert dat bijvoorbeeld apen en mensen veel op elkaar lijken. Hetzelfde met bepaalde planten en dieren. Vallen de koralen onder de planten of dieren? Op het eerste zicht lijken het planten, maar het zijn dieren. Zo lijkt bijvoorbeeld ook de chimpansee erg veel op de mens, maar het is toch een dier. Het lichaam van de aap lijkt inderdaad op dat van de mens. Het verschil zit niet zozeer in het lichaam, maar in de geestelijke vermogens.
We zeggen: “Het hoogste in een lagere orde lijkt op het laagste in de hogere orde.”
Er is inderdaad een gradatie te vinden in de natuur.
Evolutie
Er is wel iets van evolutie te vinden. Kijk maar naar ons mensen. Duizend jaar geleden waren we niet zo wetenschappelijk ontwikkeld als nu. We hebben nu computers en ingewikkelde machines waarvan men toen nog niets kon weten. Een ander voorbeeld zou kunnen zijn dat de gemiddelde mens van tegenwoordig iets langer is, dan de gemiddelde mens in vroegere tijden. De mens evolueert als het ware. Maar de veranderingen blijven altijd binnen de soort. De mens blijft een mens en zal niet uitgroeien tot een of ander opperwezen, net zo min als dat een aap zal uitgroeien tot een mens.
Mogelijke gevolgen van de evolutietheorie
Het is van zeer groot belang dat we de waarheid kennen. Wanneer wij immers een verkeerde mensbeeld aanhangen, kan dat enorme gevolgen hebben. Zo is de legalisering van abortus bijvoorbeeld, gestoeld op een onjuiste mensvisie. Kinderen in de moederschoot zijn, zo zegt men, geen kinderen, maar planten of dieren. Ook het nazisme en het communisme zijn voorbeelden van ideologieën met een verkeerde mensvisie: de gevolgen die dit voor de mensheid heeft meegebracht zijn ons alom bekend.Het is van een enorm belang, om een juiste visie op de mens te verkrijgen. Als we weten wie en wat de mens is, dan weten we ook wat het beste bij de mens past en wat juist niet. Wij zullen dan weten wat goed en niet goed is voor de mens, wat hem gelukkig maakt en juist niet. Omdat de evolutietheorie een enorme invloed heeft op het mensbeeld, leek het mij goed er zeer kort op in te gaan.
- De mensvisie volgens de evolutietheorie is louter materialistisch. Dat wil zeggen dat de mens geen ziel of geest heeft. De mens is slechts materieel. Zijn wil en denken ontstaan door chemische reacties in de hersenen. De mens is uiteindelijk dus niet vrij, maar is onderworpen aan de invloeden van materiële aard. De mens is dus niet meer echt verantwoordelijk voor zijn daden.
- De mens kan ook geen echte vrije wil hebben, de materiële chemische reacties in de hersenen bepalen wat de mens wil.
- De mens is een product van de evolutie en als product van de evolutie evolueert de mens nog steeds. Het gevolg is dat bepaalde groepen mensen als minder ontwikkeld bestempeld kunnen worden: ze zijn misschien iets minder ver geëvolueerd.
- Omdat de mens evolueert, evolueren ook de mensenrechten. Deze rechten zijn dus veranderlijk. Hetzelfde kan gezegd worden voor de fundamenten van de ethiek en de moraal.
- De mens is maar een dier, er zijn omstandigheden waar je de mens mag ombrengen. Bij de abortus zien we ook zoiets: kinderen in de moederschoot worden vaak als planten of als dieren beschouwd en mogen daarom omgebracht worden. Misschien dat door de evolutiegedachte ook dergelijke dingen goedgepraat kunnen worden.
- Dieren en mensen kunnen gelijkgesteld worden. Zo is het denkbaar dat een aap te redden, net zo belangrijk wordt als het redden van een mens.
Wat ik door deze enkele voorbeelden wilde aantonen, is dat de evolutietheorie niet zomaar een onschuldige theorie is. Het zou enorme gevolgen kunnen hebben voor jou en mij als individu en zeker ook voor de hele mensheid.
Besluit
De evolutietheorie is niet bewezen en zal ook nooit bewezen worden. Het is misschien gebaseerd op werkelijke constateringen in de natuur, maar de conclusies die eruit getrokken worden, druisen in tegen de menselijk rede. Wiskundige berekeningen spreken van een enorm grote onwaarschijnlijkheid en zelfs van de onmogelijkheid, dat leven door toeval uit inorganisch materiaal is ontstaan. De gevonden fossielen lijken de evolutie veeleer tegen te spreken, dan te bevestigen.Dat er een gebrek is aan bewijs, is overduidelijk en daar twijfelt zelfs menig evolutionist niet aan:
“Sir Arthur Keith, een beroemd Brits evolutionair antropoloog en anatoom, verklaart: Evolutie is onbewezen en onbewijsbaar. We geloven het alleen omdat het enige alternatief speciale schepping is, en dat is ondenkbaar.” (18)
Iemand anders verwoordde het zo:
“De studie van de evolutie onderscheidt zich van ander natuurwetenschappelijk onderzoek. Bewijzen door middel van experimenten zijn maar af en toe te geven. Het grootste deel van de kennis is gebaseerd op de interpretatie van waarnemingen. De gegevens zijn vaak onvolledig. Grote delen van de leer steunen op onbewezen hypothesen. Het aantal aanwijzingen van een evolutie van het leven op aarde is echter voor de meeste deskundigen zo groot en overtuigend, dat van twijfel aan een evolutie bij hen geen sprake is.” (19)
Een eeuwige wereld aannemen die geen begin in de tijd heeft en steeds weer verandert is een filosofische mogelijkheid. De Openbaring verwerpt deze visie op haar beurt echter weer. Het boek Genesis lezen als louter een geschiedenisverhaaltje, waarin het ontstaan van de wereld en de mens wordt beschreven, lijkt evenmin juist. De vraag is echter: “Op welke wijze is het scheppingsverhaal waar en op welke wijze moet het gelezen worden?”
Dat de wereld uit een hogere orde of door een hogere oorzaak is veroorzaakt, druist niet in tegen de menselijke rede en is dus een mogelijkheid.
Er zijn in de evolutietheorie ook dingen te vinden, die in overeenstemming zijn met de rede, denken wij bijvoorbeeld aan natuurlijke selectie.
De evolutietheorie heeft een geheel eigen mensbeeld, waarbij men terecht de vraag mag stellen, of deze visie wel overeenstemt met de werkelijkheid.
Slot
Als de evolutietheorie niet gestoeld is op bewijzen, waarom suggereert iedereen dat het al een bewezen en vaststaande leer is? Waarom staan de schoolboeken vol met rare aap-mens verhalen, die totaal fictie zijn? Enkele wetenschappers gaven aan het idee te hebben, dat de mensen doelbewust voor de gek worden gehouden.“Ernst Haeckels werk is een gepast voorbeeld. Haeckel, een Duits embryoloog, maakte wijzigingen in tekeningen van verschillende dieren- en mensen-embryo's zodat deze haast identiek leken. Hij presenteerde zijn aangepaste tekeningen als bewijs voor evolutie tussen soorten, en gebruikte deze als een platform om op succesvolle wijze de evolutieleer aan de man te brengen. In 1874 werd de fraude van Haeckel's tekeningen door embryoloog Wilhelm His blootgelegd. Kort daarna werd Haeckel door zijn eigen universiteit schuldig bevonden aan fraude. En toch staan zijn misleidende tekeningen van bijna identieke embryo's meer dan 100 jaar later nog steeds in de wetenschapstekstboeken als bewijs voor evolutie! Deze tekeningen worden gebruikt om kinderen in de scholen van vandaag de dag bewijs voor evolutie te tonen. Waarom? Waarom wordt er geen echt bewijs gepresenteerd? Omdat er geen bewijs is.” (20)
We kunnen dan ook zeggen: "De invloed van de evolutieleer op gebieden ver buiten de biologie is één van de meest spectaculaire voorbeelden in de geschiedenis, hoe een zeer speculatief idee zonder echt wetenschappelijk bewijs, het denken van een hele samenleving bepaalt en het aanzien van een tijdperk domineert. Uiteindelijk is Darwins evolutietheorie niet meer en niets minder dan de grote kosmogonische mythe van de 20ste eeuw." (1)
Gerelateerde links
Was Darwin right? Video..Gerelateerde artikelen
Doorslaggevend bewijs voor de Evolutietheorie Is het leven ontstaan door Evolutie of door schepping, is een vraag die ons…Charles Darwins Evolutietheorie Iedereen kent hem wel: Darwin en zijn evolutietheorie. Zo ga je bijna denken dat hij de e…
Wat zoeken vrouwen in een man? Er zijn verschillende eigenschappen die voor vrouwen bepalend zijn of ze een man aantrekke…
De oorsprong van het leven Vele gelovigen op de planeet zien de evolutieleer als dé tegenhanger van hun creationisme. Maa…
De evolutieleer: De gesteenten Van meet af aan is de ontwikkeling van het leven nauw verbonden geweest met veranderingen…
Reageer op het artikel "Bewijs voor evolutietheorie?"
Shaista, 04-10-2011 23:37
De evolutietheorie is zo onwaarschijnlijk. Mochten we aannemen dat er mogelijk een kwal is aangespoeld op het land, die even besluit te evalueren laten we zeggen 1 maand. Dat haalt hij dus nooit. Als er nu een vis aanspoelt dan sterft het even later. Daaruit kunnen we concluderen dat er nooit een begin kan zijn geweest voor een kwal om te evalueren tot een vissoort. Sowieso kan het nooit zijn dat we per toeval zijn beland op aarde. Alles kent zijn dood. En wie er dan dichterbij de mens is diens ziel het lichaam verlaat wanneer het hart ophoudt met slaan is Allaah Tabaraka wa ta'ala. Ik ben een moslima en de God van de Joden en de Christenen zijn gelijk, al zijn de wetgevingen (boeken) anders. Maar er wordt duidelijk uitgelegd wat er is gedaan nog voordat de mens er zelf achter is gekomen d.m.v wetenschappelijk onderzoek.
Louis Govaert, 03-05-2011 00:54
Het is wel zo dat de schrijver van dit stuk creasionist is.
Voor mij is het meer dan duidelijk dat de evolutietheorie de enige wetenschappelijk verantwoorde uitleg is voor het ontstaan van het heelal, onze aardbol en alles wat er op leeft.
Het creationisme is gebaseerd op religieuze gronden. In de loop van de vele eeuwen zijn er duizenden religies geweest die allen met een soort god of opperwezen kwamen aanzetten.
Al die theorieën zijn nooit bewezen. Indien een religie eist dat je een dogma voetstoots aanneemt (het bestaan van god bijv.) dan is er iets mis met het creationisme : ze hebben
geen enkel bewijs, tenzij in boeken uitgewerkte theorieën. Sorry, maar daar heb ik het moeilijk mee.
Een bepaalde kerk heeft eeuwenlang proberen beletten dat de wetenschap een hoge vlucht zou nemen : zie het geval van Galileo.
Nog niet zo lang geleden heeft diezelfde kerk uiteindelijk toch toegegeven (heel schoorvoetend) dat de evolutietheorie best wel eens een alternatieve hypothese
voor het ontstaan van het heelal. Waarom heeft het vaticaan trouwens een astronomisch
observatorium ???
Met de stand van de wetenschap heden ten dage kan men rustig aannemen dat de evolutie theorie het bij het rechte eind heeft.
Uit iets lager kan niets hogers voorkomen?? Kom nu : mensen die bijv. analfabeet zijn
en geen kans kregen zich te ontwikkelen kunnen best kinderen voortbrengen die op intellectueel gebied hoge toppen scheren.
Het eerste landdier was een soort vis die aan land kroop op rudimentaire pootjes.
En dat die ontwikkelde verder, en verder en verder.
Ik zou nog een tijd kunnen doorgaan, maar dan wordt het echt te lang.
Groetjes
Louis
Reactie infoteur, 03-05-2011
Ten eerste probeert u mij in een hokje te duwen, door mij creationist te noemen en daarna probeert u het creationisme te weerleggen om zo uw eigen visie te verdedigen. Misschien zou u er beter aan gedaan hebben mij in het hokje van ID te duwen.
Laat ik het zo zeggen: ik ben niet tegen een evolutionair ontwikkelingsproces als zodanig, maar wel tegen enkele fouten die in het algemeen terug te vinden zijn in de evolutietheorie zoals die ons heden ten dage ons voorgespiegeld wordt. De theorie handelt immers tegen enkele zijnswetten.
Enkele zijnswetten zijn bijvoorbeeld:
Uit niets komt niets.
Niets is oorzaak van zichzelf.
het zijnde ‘is’ en het niet-zijnde is niet.
Nu zijn er verschillende wetten waartegen de evolutietheorie zondigt en daarmee kan deze theorie niet ten volle de waarheid zijn. Een andere wet hebt u zelf al gegeven, maar helaas niet begrepen: uit iets van een lagere orde kan nooit iets uit zichzelf voortkomen van een hogere orde. Een plant kan bijvoorbeeld nooit uit zichzelf een dier worden net zo min als al de wereldse materie uit zichzelf een geestelijk ruimtewezen kan voortbrengen. Wat het voorbeeld van de kinderen en de ouders betreft, moet gezegd worden dat zij binnen dezelfde orde thuishoren. Dus uw weerlegging houdt hier geen stand. Ten tweede zijn de ouders niet de enige oorzaak van het kind: er zijn immers meer oorzaken die verantwoordelijk zijn voor het ontstane kind.
Het geval Galileo: de evolutietheorie is m.i. al lang achterhaalt en ik vraag mij dan ook af wie in het oude gedachtegoed blijft vastzitten. Overduidelijk is dat intelligentie niet de vrucht van een materieel proces kan zijn. Ook het mensbeeld dat de evolutietheorie tracht te verdedigen is niet in overeenstemming met verschillende wetenschappelijke waarheden die door de eeuwen zijn ontdekt.
Servatius.
Peter, 25-04-2011 09:39
Bewijs voor evolutie en de verwantschap tussen verschillende soorten kan vanuit de vergelijkende anatomie komen. Het bouwplan van bijvoorbeeld gewervelden is vergelijkbaar. Darwin noemde het voorbeeld van de menselijke hand, met exact dezelfde positionering van botten als o.a. in de graafklauw van de mol en de vleugel van de vleermuis. Anatomische overeenkomsten worden gezien als bewijs dat twee soorten een gezamenlijke voorouder hebben.
Embryologisch gezien (dus gekeken naar de ontwikkeling van het skelet in het embryonale stadium) ziet men zelfs dat dieren die bepaalde eigenschappen helemaal niet nodig hebben, deze toch in aanleg hebben in hun embryonale fase. Een walvis heeft bijvoorbeeld een zeer miniem ontwikkeld bekken. Het wordt niet gebruikt, maar toch is het aanwezig. Een menselijke foetus heeft in een bepaald embryonaal stadium kieuwbogen. Dergelijke structuren worden rudimentair genoemd.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Wetenschappelijk_bewijs_voor_de_evolutietheorie
Hier worden allerlei tegenwerpingen tegen de evolutietheorie ontmaskerd.
http://www.talkorigins.org/indexcc/CA/CA202.html
Reactie infoteur, 25-04-2011
“Anatomische overeenkomsten worden gezien als bewijs dat twee soorten een gezamenlijke voorouder hebben.”
Ja, en dat is nou een stap te ver. Overeenkomsten bewijzen alleen een gemeenschappelijk oorzaak, want wanneer meerdere zijnden dezelfde kenmerken hebben, kan dat geen toeval zijn, maar moet dit een zelfde oorzaak hebben. Overeenkomsten bewijzen evolutie niet. Dit als bewijs zien is slechts interpretatie van de gegevens die er zijn.
Dat rudimentaire organen een bewijs van evolutie zijn is ook nog maar de vraag. Want wat voor de ene geen nut veer heeft, heeft voor de andere wetenschapper of geleerde wel degelijk een functie. Als er werkelijk van dergelijke organen zijn is het nog geen bewijs van evolutie, maar men interpreteert dit als een bewijs; want meer oorzaken zijn mogelijk.
Dat er misschien van dergelijke organen zijn, kan zijn, maar wie bewijst dat dit gekomen is door een evolutionair proces zoals de evolutietheorie deze kent? En andersom: op welke manier zijn deze organen dan een bewijs voor evolutie?
Peter, 19-02-2011 18:45
Er zijn twee belangrijke componenten van de evolutietheorie: 1. Natuurlijke selectie, en 2. Gemeenschappelijke afstamming. Natuurlijke selectie kunnen we in de natuur waarnemen en we kunnen ons ook een kleinschalige evolutionaire verandering gewaarworden.
Gemeenschappelijke afstamming veronderstelt dat de evolutie heel geleidelijk over miljoenen jaren alle levende soorten heeft voortgebracht uit eenvoudigere voorouders. De hoofdmoot van dit evolutieproces, dat ingrijpende veranderingen in organismen heeft teweeggebracht, heeft zich daarom reeds voltrokken in de periode voor het begin van de menselijke geschiedschrijvingen, die immers pas duizenden jaren oud is. Dit proces kan dus niet direct worden waargenomen en er kunnen ook niet echte laboratoriumexperimenten mee gedaan worden. Toch is er wel degelijk een aanzienlijke hoeveelheid empirisch bewijsmateriaal voor gemeenschappelijke afstamming. Hoe kan dat?
Processen en gebeurtenissen die zich in het verleden hebben plaatsgevonden laten heel vaak sporen na. Als er bijvoorbeeld een moord gepleegd heb je niet alleen een lijk, maar ook een moordwapen, vingerafdrukken, getuigenverklaringen, etc. etc. Gerechtelijke rechercheurs (forensic detectives) zijn specialisten in het opvissen van uiterst minimale sporen (zoals stof vezeltjes e.d.) die nog al eens tot de daders hebben geleid.
Een grootschalig proces als evolutie heeft natuurlijk ook heel veel sporen nagelaten in de eerste plaats in de organismen zelf, die immers de produkten zijn van dit proces. Organismen zijn namelijk op basis van hun overeenkomsten te rangschikken op een manier waaruit hun verwantschap valt af te leiden. Deze verwantschap is natuurlijk een aanwijzing voor gezamelijke afstamming op een of ander tijdstip in het verleden, net zoals je verwantschap met broers en zussen duidt op afstamming van je ouders, en je verwantschap met neven en nichten duidt op afstamming van je grootouders.
Het sterkste bewijsmateriaal voor evolutie komt toch in de vorm van de fossielen. Het fossielenbestand bestaat uit de versteende overblijfselen van wezens die ooit geleefd hebben en vormt daarmee een soort naslagwerk voor de veranderingen die zich hebben plaatsgevonden. Op basis van de evolutietheorie kan je dus voorspellen dat er tussenvormen of overgangsvormen hebben bestaan tussen min of meer verwante levende wezens die mogelijk als fossiel bewaard zijn gebleven. Welnu, deze 'fossiele tussenvormen' worden en masse gevonden.
http://www.daaromevolutie.net/default.asp?action=show&what=art&ID=41&topic=&segm=2
Reactie infoteur, 21-02-2011
Je zegt: "Toch is er wel degelijk een aanzienlijke hoeveelheid empirisch bewijsmateriaal voor gemeenschappelijke afstamming".
Daarna geef je als voorbeeld van zo'n bewijs de verwantschap die er is tussen de levende wezens.
Verwantschap duidt inderdaad op een gemeenschappelijke oorzaak, maar dat is nog geen bewijs of aanduiding dat evolutie op zich genomen daarvan de oorzaak van deze verwantschap is, want er zijn nog andere verklaringen mogelijk.
Trouwens vindt de menselijke geest(ziel)in de gehele natuur nergens een verwante.
Kinderen stammen af van hun ouders en hebben dan ook gemeenschappelijke kenmerken en zijn met elkaar verwant. En inderdaad duidt verwantschap van neven en nichten op een gemeenschappelijke afstamming van de grootouders.
Maar we kijken nog even verder. Er is een wet die zegt: het effect is nooit groter dan haar oorzaak. Dat is heel logisch en niemand die daar iets op tegen heeft.Zo kan een kiezelsteentje in de lucht geworpen door een kleine kleuter nooit een gat van 100 meter diep veroorzaken, wanneer dit geworpen kiezelsteentje weer op het grasveld terechtkomt. De kruising tussen twee bloemen kan nooit een rationeel verstand tevoorschijn brengen, omdat in dit voorbeeld het effect groter is dan haar oorzaak.
De mens is een wezen dat dankzij haar geestelijke ziel, haar ratio en haar geestelijke wil de gehele natuur overstijgt en daarom kan haar hoogste oorzaak niet teruggevonden worden slechts in de natuur alleen. Het effect (rationele ziel, vrije wil)zou anders groter zijn dan haar oorzaak.
Dat kinderen lijken op hun voorouders wil nog niet zeggen dat zij evolueren tot nieuwe soorten. Als er dus verwantschap bestaat tussen dier en mens wil dit niet meteen zeggen dat de een uit de ander is voortgekomen. Wel, zoals gezegd, dat er een gemeenschappelijke oorzaak moet bestaan van deze verwante zaken.
Er moet al iets van de nieuwe soort in de mensheid liggen, wil zij zich kunnen ontwikkelen tot deze nieuwe soort. De potentie moet al aanwezig zijn. We zeggen dan: de mens is in potentie de nieuwe soort.
Als dat er niet al inligt, kan de nieuwe soort er ook niet komen: Of het moet er ingelegd worden van buitenaf, maar dan is er geen sprake meer van evolutie.
Je noemde de fossielen "het sterkste bewijsmateriaal". Fossielen zijn geen bewijzen voor evolutie. Ze laten wel zien dat er tussen de levende wezens verwantschap bestaat, hetgeen geen bewijs is dat deze verwantschap veroorzaakt is door een louter evolutionair proces uit een gemeenschappelijke voorouder.
Servatius, 26-07-2010 16:13
Dank voor je bijdrage.
Het fossielenprobleem zou misschien inderdaad opgelost zijn bij een plotselinge evolutie en/of sprongevolutie in plaats van een geleidelijke evolutie. Echter roept dit filosofisch gezien nieuwe problemen op. Maar hoe het ook zij, het hoofdprobleem blijft, namelijk de wet: 'iets kan niet geven wat het niet heeft.' Iets kan geen leven doorgeven als het geen leven heeft. Alleen iets dat leeft, kan leven doorgeven. Materie kan zoveel reageren als het wil, het kan nooit levend worden. Het leven overstijgt namelijk de materie.
Evian, 26-07-2010 00:42
Ik heb een aantekening bij de stelling dat het ontbreken van tussenvormen van skeletten aangeeft dat er nooit tussenvormen hebben bestaan. De voorgestelde evolutie van een wezen naar een ander wezen hoeft niet geleidelijk plaats te vinden. Een bepaalde vorm van de evolutietheorie stelt dat juist de natuur van evolutie de oorzaak hiervan is. Evolutie is volgens deze theorievorm meestal het gevolg van veranderingen in klimaat. Wanneer het klimaat verandert ontwikkelt zich een nieuwe soort aangepast aan dit klimaat, de zogenaamde selectiedruk. Dit duurt bijv. een bepaalde basistijdseenheid. Omdat selectiedruk niet hoeft plaats te vinden totdat het klimaat weer verandert, zou het voortbestaan van de aangepaste wezens meerdere tientallen, honderden, duizenden en misschien wel meer basistijdseenheden kunnen inhouden. Als gevolg hiervan zullen vooral fossielen van "volledige" diervormen worden gevonden. Daardoor zullen misschien maar minder dan 0,1% van de fossielen tussenvormen zijn, een redelijke verklaring voor het grotendeels ontbreken van fossielen van tussenvormen.
Bronnen en referenties
- 1. M. Denton, geciteerd in: DVD, Dr. T. Mertenson, Had Darwin gelijk?: Over het ontstaan van soorten, deel 1 en 2, ISBN 9789057982705
- 2. E. de Jong, Artikel: Intelligent design, NRC Handelsblad, 1 juni 2005
- 3. Voor dit schema, vgl. Vgl. R. Niles, Wat is er met mij gebeurd?: Reflecties op een reis, http://www.allaboutthejourney.org/dutch/common/docs/WatIsErMetMijGebeurd.pdf, blz.27
- 4. N. H. Nilsson, geciteerd in: o.c., blz. 18: "My attempts to demonstrate evolution by an experiment carried on for more than 40 years have completely failed. ... The fossil material is now so complete that it has been possible to construct new classes, and the lack of transitional series cannot be explained as being due to the scarcity of material. The deficiencies are real, they will never be filled."
- 5. S.J. Gould, geciteerd in: o.c., blz.17
- 6. O.c., blz.17
- 7. J. Everink, Intelligent Design, een andere kijk op de evolutie, deel II : Genetica stelt neodarwinisme in ongelijk, 2005, http://www.filoscoop.com/2005/4/intelligent_design_2.htm
- 8. o.c.
- 9. L. J. Elders, De natuurfilosofie van Sint-Thomas van Aquino, Brugge z.j., blz. 395
- 10. Vgl. S.J. Gould, geciteerd in: R. Niles, Wat is er met mij gebeurd?: Reflecties op een reis, http://www.allaboutthejourney.org/dutch/common/docs/WatIsErMetMijGebeurd.pdf, blz.17
- 11. L. J. Elders, De natuurfilosofie van Sint-Thomas van Aquino, Brugge z.j., blz. 399
- 12. R. Niles, Wat is er met mij gebeurd?: Reflecties op een reis, http://www.allaboutthejourney.org/dutch/common/docs/WatIsErMetMijGebeurd.pdf, blz.20
- 13. Francis Crick, geciteerd in: o.c., blz. 21
- 14. George Wald, geciteerd in: o.c., blz. 11
- 15. L.J. Elders, De Natuurfilosofie van Sint-Thomas van Aquino, Brugge z.j., blz. 250
- 16.Vgl. o.c., blz. 250
- 17. O.c., blz. 252
- 18. R. Niles, Wat is er met mij gebeurd?: Reflecties op een reis, http://www.allaboutthejourney.org/dutch/common/docs/WatIsErMetMijGebeurd.pdf, blz.20
- 19. D. Slagter en J. de Vos, Evolutie, http://www.bioplek.org/6ath/6ath_evolutie.html
- 20. Intelligent Design - Verbazingwekkende Ontdekkingen, http://www.allaboutscience.org/dutch/intelligent-design.htm (geraadpleegd 5 december 2010).